is toegevoegd aan uw favorieten.

Nieuwe overzetting des Ouden Testaments, met aanmerkingen voor ongeleerden.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

sa6 DE PREDIKER SALOMON.

allen, die vóór mij te Jerufalem geweest waren, en daarbij verliet ik mijne wijsbegeerte niet. | Wat de oogen begeerden, 19 weigerde ik dezelven niet, noch ontzei, de mijn hart eenige vreugde: het verlus. tigde zich in mijnen arbeid, en deze vreugde was mijn deel, mijn wenzelijk eigendom, dat ik van al mijn arbeid had. [ Nu zag ik nog eens op alle mijne werken 11

en zuuren arbeid te rug. Het was

%1 te zamen ijdelheid! een winderig genoe. gen! en onder de zon is geen overfchot, noch voordeel. |

Ik

fehe woord ten uiterften duister, en nog van geen éénigen uitlegger op eene letterkundige wijze is opgehelderd, zo dat ik 'er wel geheel punten of ftreepen voor had kunnen zetten. Dewijl het intusfchen egter zeer onwaarfchijnlijk is, dat Salomon onder de zinnelijke vermaaken die geenen zou weglaaten die hij in den hoogden graad genoten had, zijn Haram , waarin uit alle oorden der waereld fraaje vrouwlieden bijéén gebragt waren, of gelijk hij zig Hooglied VI: 8, 9. uitdrukt, zestig koninginnen, taqtig bijwijven, maagden zonder getal, maar jlegts ééne geliefde, zo ben ik tot de verkiaaring van die geenen overgegaan, die hier zijne gemaalin (of liever, -gelijk ik dagt, geliefde) en de overige bijwijven verftaan. Dit over te zetten, gêliefde en bijwij. ven, zou mooglijk in onze taal onvoegelijk geweest zijn: ik heb daarom het woord Haram gebruikt, dat reeds lang uit de oosterfche reisbefchrijvingen in onze taal is overgenomen. ——— In een Oostersch Haram wordt die geene de geliefde genaamd, welke onder alle de gemaalinnen offultaninnen de meest begunstigde is, en het hart des fultans bezit.