Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Cap. XV. 151

zwaarigheid, wyl men tog zulk een ras van boos wigten, uit de wieg daar toe opgewasfen, niet gaarne tot lyfeigenen hebben zou.

Er zou dus alleen twyffel kunnen ontdaan, omtrent die geenen, die nog niet volwasfen zynde, ook nog niet, met de ondeugden hunner ouderen , waren aangeftooken; en byzonder wegens de zuigelingen. Want is bet tog niet altoos wreed ook deezen te dooden ? Wel is waar zulks gefchied wel eens in den kryg , en gefchiedde, voor al eertyds, in 't Oosten, veel meer dan onder ons. Maar moest God het beveelen? 't Is zoo , in deezen handelt hy, in den grond, niet harder, dan wanneer hy, die de Heer der Natuur is, zonder zulk een voorgefchreeven bevel, zoo veele duizenden van kinderen laat fterven, en dat nog op eene zoo fmertlyke en langzaame wyze, als aan de tanden , of welke anders de krankheid der kinderen zyn mag. Kan de Schepper, de Heer der Natuur dit doen , zou men zeggen kunnen , dan kan het ook die God doen, die aan Ifraël deeze beveelen gaf, wyl zy beiden een en dezelfde zyn. Doch ik beken, dat my dit myne twyffelingen nog niet volkomen oplost.

Zoo veel zie ik wel, dat het , naar het toen maalig krygsregt, niet ongewoon was, ook de kinderen te dooden. En in de daad wanneer zy, in den kryg; hunne ouders verlooren hebben, en er dus niemand meer over is, om voor hen te zorgen; dan doet men hun, door ze mede te dooden , zoo zeer geene hardigheid aan, maar bewyst hun veel eer eene weldaad, wyl zy , (en vooral de zuigelingen,) anders tog zouden moeten omkomen ; en dat wel door eenen langfaamen dood , als van honger en gebrek moetende vergaan. Men kan tog van de overwinnaars niet eifchen, dat zy aan alle de kinderen van een, geheel uit roovers beftaand en nu overwonnen volk, den kost en opvoeding bezorgen zullen. Naauwlyks weet ik of wy dit, by ons anders zoo veel goedertierener krygsregt, zouden doen, indien wy eens de Afri. kaanfche roofnesten wilden verftooren. Alleen kon men vraagen, waarom bragten de Ifraëlieten niet liever de kin. deren tot lyfeigenen op? En hier teegen moeten eenige omftandigheeden hebben plaats gehad, die ons nu onbekend zyn. (Ten aanzien der zuigelingen begrypt men wel, dat het moeilyk was, zoo niet onmooglyk, dezelven, K 4 zon-

Sluiten