Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

038 Het EERSTE BOEK van SAMUEL.

bericht van geeven zal. Maar dat God my l;j ftrajfe , indien ik ontiyaar worde, dat myn vader, by zyn kwaad opzet , tegen u, blyft, en er u geen narigt van geeve, op dat gy ontkomen, en u in zeeker beid ft ellen moogt. En dat' als dan Jehova, met u, zy, gelyk hy, met mynen vader, geweest is. (q) Maar zweer gy my ia. daar tegen ook, dat indien ik alsdan (r) nog leeve, gy my deeze liefde vergelden en my niet dooden zult; (s~) ja dat gy ook uwe vriendfchap ig aan myne nakomelingen voor eeuwig zult houden; zoo dat ivanneer God Davids vyanden, uit den lajide, verdelgen zal, Jonathans gcflacbt niet ifj mede uitgeroeid ivsrde, maar neevens dat van * David blyve. (?) Doch Davids vyanden ftraffe

>

.f(^) Iri zyfie oorloogeö, tegen de vyanden van Ifraël; zie Cap. 14: v. 47, 48.

(»•) Wanneer gy den troon zult beklommen hebben, Hoe ver egter was 't er nu nog af! Maar Jonathan wist," dat de God Ifraëls den geenen, dien hy, tot eenige be-1 ftemming, verkooren heeft, ook door de grootfle gevaaren en moeilykste hindernisfen heen, veilig, tot dezelve, opvoeren kan. Zyn geloof deedt hem oordeelen, niet naar den fchyn der uitwendige omftandigheeden, die bedrieglyk en wisfelvallig is, maar naar de Godlyke uitfpraaken, die beftendig en onwrikbaar zyn.

(O Gelyk de ftaatkunde u als dan zou kunnen aariraaden, op dat de misnoegden, in my, geen hoofd, of voorwendfel, tot eenen opftand, mogen vinden.

(/) De Heer Michaëlis wykt hier af, van de joodfche vocaalftippen , naar de welken er ftaat; en Jona' tban maakte een verbond, met den huize Davids, (ziende naamlyk op het geen hy, raakende de weederzydfche nakomelingen, bedingr.) Een ieder merkt hier ligt, hoe Jonathan bevreesd is, dat zoo al niet David, ten minsten een zyner nakomelingen , met hem en de zynen,

naar

Sluiten