is toegevoegd aan uw favorieten.

Nieuwe overzetting des Ouden Testaments met aanmerkingen voor ongeleerden.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Cap. XXXVL S3»

gij zult hun erf deelzin, en van uwe inwoonders niet meer beroofd worden. |

Zo fpreekt de Heere , Jehova : dewijl 13 men van u zegt, gij zijt een land, dat menfchen eet, en zig van zijne inwoonders berooft,| zo zult gij niet meer menfchen ee-1* ten, noch van uwe inwoonders verder beroofd worden, fpreekt de Heere, Jehova.| Gij zult niet verder den fmaad der vreemde. 15 lingen hooren, noch den hoon der volken draagen, noch verder van uwe inwoonders teroofd worden, fpreekt de Heere, Jeho-

V3Het woord van Jehova gefchiedde tot mij 16 op de volgende wijze.| Menfchenkind, 17 wanneer de Israëliten in hun land woonden, zo verontreinigden zij het door hunne wegen en werken: hunne wegen waren voor mij, als de onreinheid van eene vrouw in haare ongefleldheid;| daarom ftortte ik mijn toorn IS over hen uit, omdat zij bloed in 't land versooten, en het door hunne gruwelen verontreinigd hadden: | ik verftrooide ze onder 19 andere volkenen in vreemde landen, en oordeelde ze naar hunne wegen en daaden. | Zij 20 kwamen onder de volken, tot welken ieders noodlot hem bragt, en ontheiligden daar ook

mijn

pt. 20. tot welken ieders noodlot hem bragt] Op dat het in onze taal verftaan zou worden, heb ilthet door eene omfchrijving uitgedrukt; eigenlijk luidt het, tot welken zij kwamen. De meening is, dat zij tot és volken kwamen , de één tot dit, de andere tot dat, waartoe ieder kwam.

P 5