Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

233 Het VYFDE BOEK van MOZES.

jehova's naam is 't onderwerp van my lied, 3 Erkent gy lieden de grootheid onzes Gods! Eene rots fY) is hy, onberisplyk alles , wat hy 4 doet,

Etl

vloedigen voorraad, van water, in den fchoot der aarde ; te verzamelen, tegen de fchielyk wederkeerende droogte;

(i) D. i. eene veilige toevlugt; teevens fielt deeze uit* drukking voor, het onveranderlyke van Gods geneigdheeden en beloften-, die even valï liaan, als eene rots. Dit beeltenis, vervolgt de Heer Michaëlis, is, by ons, zoo gebruiklyk niet; en geen wonder-, daar wy, in 't noorden van Duitfchland, een, in vergelyfeing 'van andere landen , vlak gewed bewoonen. Ten minden kunnen onze bergen en rotzen, in tyd van oorlog , geené derk beveiligendé fchuilplaatfen verleenen. Maar in Arabien eri by de Israë. lieten, is dit zinnebeeld gewoon en, om zoo te fpreeken inlandfch. Ja hunne dichters neemen de vryheid, hetzelve, door allerlei byvoegfeis, te veranderen , zoo zelfs, dat zy aan de rotfen dingen toefchryven , die er eigenlyk niet toepaslyk op zyn ; b. v. iemand te baaren. (Een zinnebeeld; dat egter kan worden toegepaft , op eene beek, uit de rots voordvloeiende; op eene roovers-bende, eensklaps, uit de hooien der rotze, te voorfchyn treedende ; of, 't geen hier beeter vleit, op lieden, die zig , geduurende den oorlog, in de fpelonken hebbende fchuil gehouden, na dat de vreede is herdeld, uit de holen der rotfe * in welks binnende zy de redding en 't behoud hunnes leevens vonden, te voorfchyn komen.) Mozes herhaalt dit beeld zeer dikwils', in zyn lied; Vs. 15, 18, 31, 32, 37. Er was niets, dat hy den Israëlieten derker wilde inboezemen, dan de zeekerheid van Gods beloften, en bedreigingen, zyne onveranderlyke trouw, en de onfeilbaare verwagting der zeegenen of draffen, op gehoorzaamheid, of overtreeding, gedeld. Van alle Dichtkundige beeltenilfeii ontbloot, is de eenvoudige inhoud van dit vs. deeze; God heeft, met de Israëlieten, naar billykheid, gehandeld, en zyti verbond onverbreeklyk gehouden, maar zy hebben 't vei> brooken, en moeten dus de. daar uit fpruiteude elenden alleen aan hun zeiven wyten.

Sluiten