Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

34 Het II. BOEK der KONINGEN.

Cap. VI. 1—7.

'Elifa doet ijzer drijven*

Z VI Eens zeiden de leerlingen der Profeeten 1 tot Elifa : de plaats, waar wij woonen, is, gelijk gij ziet, te naauw, wij zullen na den 2 Jordaan gaan, en daar elk een' balk houwen, en ons hier eene wooningJiichten. Hij zeide: 3 gaat heen! maar één hunner verzocht hem: wees zoo goed, en ga met uwe knechten mede. Ik zal mede gaan, antwoordde

hij» hij ging met hun , zij kwamen aan 4 den Jordaan, en velden boomen. Eenen, 5 die met dezen arbeid bezig was, ontviel het ijzer van de bijl in 't water, waarop hij riep: Helaas! mijn Heer, het is bovendien geleend. De Profeet vraagde : waar 6" het gevallen was ? hij hem de plaats gewezen hebbende , fneedt de Profeet een hout, dat hij na die plaats wierp , en dit bracht het ijzer drijvende omhoog. Beur het op, 7 zeide de Profeet, en hij ftrekte zijne hand uit, en nam het óp.

Cap.

Sluiten