Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C A Pi IV.

27

zijn, Er, de ftamvader vanLecha; Laada, de ftamvader van Marefa, en de huisgezinnen der katoenwerkers, van het huis Asbea; en Jokim, die van het geflaeht Kofeba; 22 Toa's, en Saraf, die weleer over Moab ge. heerscht hebben, maar naderhand weder na, Egijpte te rug keerden. Doch deze gefchiedenisfen zijn zeer oud. Deze zijn de Potte- 23 bakkers, en die in bemuurde plantaadjen

bij

vs.21. Er.)Niet die 1 B. mos.XXXVIII. 3.6.7. (dat was Sela's broeder) vermeld word, maar een zoon, dien Sela naar den naam van zijnen overleden broeder noemde..

Katoenwerkers!] Niet linnenwevers, zoo als Dr. lütheR(en onze Nederl. overzetting) vertaalt. Dit betekent het woord niet, maar katoen, of boomwol, daar de katoen van gemaakt wordt: deze is in Egijpte overvloedig.

vs' 22. die weleer over Moab geheerscht heb» ben) Een zonderling bericht! Hoe zij aan deze Jieerfchappij gekomen zijn, door verkiezing ? of door overmagt ? kan ik niet zeggen, de Moabiten waren, toen nog een klein en min aanmerklijk volk.

Na Egijpte te rug keerden.) Ik ben hier eene andere leeswijze uit handfehriften gevolgd: naar de gedrukte zou het zijn, of, indien men de Joodfche punten volgde, en Jafchubilefhem, of als men daar Van afging, die in Lechem, of ook, die in Chem, d. i. Egijpte, woonden.

vs. 23. de potteb akkers!) Men moet hier zich liiet iet laags, en der gefchiedenis onwaardig, verbeelden, In Egijpte wordt een zeer groote handeL met potten gedreven, waar van men mijne 178de aanmerking op Abulfeda's Egijpte kan nazien. Misfchien zijn de nakomelingen van Sela de eerde uitvinders van deze zoo yewigtige Fabriek geweest, ten minden ouder gedenkdukken van dezelve dan dit zal niemand it» de gefchiedenis verwachten.

Piantaadjen.) Ik begrijp de .zaak dus: terwijl andere

Sluiten