Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Cap. III. IV. %S3

uit, en hen was van den Koning gelast, zig, zo veel mogelijk was, te haaften: in de Refidentie Schufchan wierd dit gebod aangeplakt; de Koning en Haman gingen neder zitten , om te drinken , en de ftad bchufchan was in groote verflagenheid.

Cap, IV,

Mordochai klaagt luid in treurgewaad, op de ftraaten; Esther bejluit* met gevaar van haar Leeven, hij den Koning voor de Jooden te bidden.

IV

Toen Mordochai hoorde, wat er ge- 1 fchied was, verfcheurde hij zijne kleederen, trok rouwgewaad aan, beftrooijde zig met asfche, ging op de ftraat, midden door de ftad, en maakte een luid jammerlijk gefchreij: zo kwam hij tot voor de $ poort des Konings, want binnen de poort wierd • niemand ingelaaten, die rouwgewaad aan had. Ook in alle Provinciën waarheen des Konings bevel en wet ^ kwam, was onder de jooden groote treurigheid, zij vastten, weenden en klaag.

den

vs. 3. veele» trokken treurgewaad aan] Dr» treurigheid zelve was algemeen, maar alle gaven ze ook, door her aantrekken van treurgewaadT niet ra

pTelen' ^ deede"' Z° 3'S de Schriiver z?ëh

P 5

Sluiten