Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

sxxn VOORREED E.

Tegen 't einde van dit tydperk, ftaken de Edlifche volkplantingen, onder de zoonen van Orestes, door de Heracliden, uit Griekenland, verjaagd, naar klein Afia, over, verlpreidden zig, langs de kusten, van Cyzicum aan den Propontis af, tot aan de rivieren van Caicus en Hermus toe, en leidden de eerfte grondllagen van Smyrna en eenige andere nabuurjge fteeden. (v) De eilanden , langs de Afiatifche kusten geleegen, waren , te deezer tyd, meede reeds bewoond. Cyniras, de vader van Adonis, regeerde er in 't begin deezes tydperks, en voort 't einde deszelven was de ftad Salamis gebouwd. (V) — Ten noordwesten van klein Afia was 't land van Colchis, tusfchen de zwarte zee en Iberia gelegen , niet alleen bewoond , maar weegens deszelfs goudmynen reeds genoeg beroemd, om de aandagt der Griekfche Argonauten te trekken. (*) In Thracie en ten noorden van Macedonië woonden de Thraciers langs den Hellespont, de Ciconiers, de Paeoniers &c. die, by 't beleg van Trojen, teegenwoordig waren.

In Griekenland, waar eenige eeuwen laater, alles wat de maatfchappy bevoordeelen of verderen kan, tot zulk een toppunt van volmaaktheid , fteeg, zag het er thans, over 't gemeen, nog vry wilden woest uit; en de beginfelen van befchaaving, reeds voor dit tydperk , door eenige Egyptifche en Phenicifche volkpantingen,

aan-

(v) Hist Gen. de la Grece, par Coufin Dcsprcsux. T#

5. p. 81. &.

(w) Univ. Hist. V. 8. p. 243. &. (ar) Univ. Hist. Vol. 6. p. 217 (g). 6) Homer. Iliad. L. 2. V. 816. &,

Sluiten