Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

REDERYKKONST 521

wordt. Zekerlyk niet door dien van eenen wysgeer, welke, zonder iets van zyne bedaardheid te verliezen,' de bekoorlykheden der deugd , en de afschuwelykheden der ondeugd afschildert. Het is ook niet door dien van eenen redenaar, die, brandende van loflyken yver, de menschen wil hervormen, en hen ten goeden leiden. Het is even weinig door dien van eenen digter, die alleenlyk bedoelt verwondering te baaren, door schrik en medelyden te wekken. Het is eindelyk niet door dien van eenen knorrigen menschenhaater, die het menschdom haat, en te veel haat om het te willen verbeteren. Het is noch door dien van eenen Heraclitus , die onze rampen beschreit, noch door dien van eenen Democritus, die om dezelven lacht. Door welken geest wordt hy dan gedreeven ?

Het schynt dat in het hart van- den hekeldigter eenig zaad van wreedheid schuilt, gedekt door de drift om de belangen der deugd te handhaven, ten einde de digter ten minsten het vermaak hebbe van de ondeugd te vernielen.' Het schynt zelfs dat de hekeldigter, indien zyn werk de menschen al eens by toeval mogt verbeteren, denken zoude genoeg te doen, wanneer hy 'er zich maar niet te onvrede over toonde. Wy letten hier slegts op het denkbeeld, het welk men zich wegens het hekeldigt over het algemeen vormt, en zoo als het wordt opgemaakt uit de werken der beste hekeldigteren.

Hierin moet men ook het voornaamste onderscbeid tusschen het hekeldigt en de berispingen der oordeelkunde slellen. De laatste bedoelt niets anders dan de denkbeelden van het schoone en waare in werken van vernuft en smaak, zuiver te houden, zonder zich met den schryver in persoon te bemoeijen. Het hekeldigt wil daarentegen den man zelven treffen , en indien het kwaadaartige trekken onder vernuftige plooijen verbergt, is het alleen om den leezer het genoegen te verschaffen van zich te verbeelden dat hy voortbrengfels van vernuft met zyne goedkeuringe begunstigt.

Gg * 5 Schoon

Sluiten