Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Rederykkonst. 523

zeer geregeld gedrag hield, en uit zynen aart de betaamelykheid en goede orde beminde , was hy een gezwooren vyand van de ondeugd. Inzonderheid liet hy zich zeer sterk uit tegen zekeren Lupus, en tegen eenen anderen knaap, Mutius genaamd: hy heeft meer dan dertig boeken met hekeldigten geschreeven , van welken wy niets dan eenige fragmenten hebben. Doch indien wy 'er uit het zeggen van Horatius over oordeelen , dan hebben wy ons over dit verlies juist niet zeer te beklaagen: zyn styl was langwylig en laag: zyne vaarzen waren hard. wy moeten egter aanmerken dat Quintilianus gunstiger over deezen digter oordeelde : hy erkende in denzelven eene wonderbaare geleerdheid , stoutmoedigheid, en een aangenaam zout. Doch Horatius was in dit geval bevoegder regter , omdat hy mede aan hekeldigten arbeidde ; en omdat 'er eenige geleerden waren, die, het zy uit zugt voor de oudheid , of om byzonder te zyn, of uit haat tegen hunne tydgenooten, Lucilius boven alle digters stelden. Indien Horatius hem al onregt had willen doen , was hy zekerlyk niet onbescheiden genoeg om zulks in een dergelyk geval te waagen. Het geen hy van Lucilius zegt is ook zeer aanneemelyk , omdat dezelve leefde in eenen tyd , in welken de letteren in Italië slegts in haare geboorte waren. De vrugtbaarheid van zyn digtvermogen was ongeregeld en dus moest hy noodwendiglyk tot die mislagen vervallen die Horatius in hem berispt. Hy had een onbeschaafd vernuft en een onbeteugeld vuur.

HORATIUS.

Horatius wist zich te bedienen van het voorregt van in den schoonsten tyd der Latynsche geleerdheid gebooren te zyn. Hy bragt het hekeldigt te voorschyn met alle de bevalligheden , voor welken het vatbaar is, en liet geen gröoter scherpheid blyken dan noodig was om

luiden

Sluiten