Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

i$ VERHANDELING over het BEOEFFENEN

„ deel hebben , dewelke gevolgelyk onder geene van beide dezer verdeelingen „ gebragt kunnen worden."

Ik antwoord hier op, dat, zo 'er Dingen gevonden worden, die net half dierlyk en half groeijend, of half groeijend en half mineraal zyn, enz., wy daar nog. geene kennis aan hebben; zo dat de verdeeling in 't geen ten onzen opzigte beftaat, volkoomen en nauwkeurig is; en men begrypt ligtelyk, dat hoealgemeener de verdeelingen zyn, hoe minder gevaar men loopt om tweeflagtige Voorwerpen aantetreffen , die evenveel hebben van de natuur der beide zaaken, in de verdeelingen begreepen, zo dat diezelfde tegenwerping, welke wy met voordcel tegen de byzondere verdeelingen gebruikt hebben, geen plaats kan hebben, wanneer zulke algemeene verdeelingen,als deze is,in aanmerking koomen; inzonderheid zo men die verdeelingen niet uitfluitende maakt, en zo men daar, zonder uitzondering, niet flegts alle bekende wezens, maar ook allen, die men in 't vervolg zoude kunnen ontdekken, in begeert te bevatten. Daarenboven zal men, indien men daar op let, wel zien, dat onze algemeene denkbeelden, niet dan uit byzondere denkbeelden faamgefteld zynde, betrekkelyk gemaakt worden tot eene geduurige famenfchakeling van Voorwerpen, van welke wy geene andere met eene volkoomene naauwkeurigheid bevatten kunnen, dan de middelften,en welker verder af zynde, naar maate zy meer naar de beide einden naderen, onze opmerking altoos meer en meer ontfnappen, zo dat wy ons nooit dan tot het gros der zaaken bepaalen, enderhalven niet gelooven moeten, dat onze denkbeelden, hoe algemeen dezelve mogen zyn , de byzondere denkbeelden van alle beftaande en mogelyke dingen begrypen.

De tweede tegenwerping, welke men ongetwyfteld tegen ons zal inbrengen, is, „ dat wy de orde, welke wy hebben aangeweezen, in ons werk volgende, in „ het ongemak vervallen zullen, van zeer verfchillende Voorwerpen by malkanderen „ te plaatfen. By voorbeeld, zo wy in de Hiftorie der Dieren beginnen met die, „ welke ons de nuttigfte, de gemeenzaamfte zyn, zullen wy verpligt zyn deHis„ torie van den Hond na, of voor, die van het Paard te geeven, het welk niet na„ tuurlyk fchynt, om dat deze Dieren in alle andere opzigten zo verfchillende zyn, „ dat zy geenszins zo digt by malkanderen geplaatft fchynen te moeten worden in w eene verhandeling van de Natuurlyke Hiftorie, en men zal 'er miflchienbyvoe„ gen, dat het beter geweeft ware de oude Methode in de verdeeling der Dieren te „ volgen,en dezelve te onderfcheiden in gehoefde, in gefpleeten pooten, en in „ gevingerde pooten [of klauwen; of de nieuwe Methode aan te neemen, van de „ tanden, de borften enz. ontleend."

Deze tegenwerping, welke in den eerften opflag eenigen grond fchynt te hebben, zal vervallen, zo dra men dezelve onderzogt zal hebben. Is het niet beter, niet flegts in een werk van de Natuurlyke Hiftorie, maar zelfs ook in eene fchildery en overal elders, is het niet beter, vraag ik, de Voorwerpen in die orde en plaatfing te fchikken, waarin zy gemeenlyk gevonden worden, dan dezelve met geweld by malkanderen te dringen, om dat men eene onderftelling maakt, die ons daar toe verpligt ?Ts het niet beter het Paard, het welk gehoefd is, te doen volgen door den Hond, die gevingerde pooten heeft, dan door een Zebra, die ons weinig bekend is, en die miffchien geene andere betrekking heeft met het Paard, dan insgelyks ge-

Sluiten