is toegevoegd aan uw favorieten.

De algemeene en byzondere natuurlyke historie, met de beschryving van des konings kabinet.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zt6 DE NATUURLYKE H : S TORI E,".

groen beflag gemaakt is, gelyk aan gehakte en gekookte fpinafie; dat het onder deze gedaante is, dat het opgehouden en bevat wordt in deplooijen of bladen van de derde maag, die men het boek, of het omafum, noemt; dat de ontbinding van hetzelve volkomen is in de vierde maag, die men abomafum of de lebbe noemt; en dat het, om zo te fpreeken, alleenlyk het hef is, 't welk naar de darmen gaat; terwyl het hooi in het paard niet veel ontbonden wordt noch in de maag, noch in de eerde ingewanden, alwaar het flegts beniger en bnigzaamer wordt, als zynde geweekt in en doordrongen van het werkzaam vogt daar het door omringd is; dat het zonder groote verandering in den blinden-darm, en in den kron*. kei-darm, komt, dat het voornaamlyk in deze twee ingewanden is, welker verbaazende niimte aan die van de.pens der herkauwende dieren beantwoordt, dat, in het paard, de ontbinding van het voedzel gefchiedt, en dat deze ontbinding nooit zo volkomen is, als die, welke in de vierde maag der runderen wordt uitgewerkt.

Uit deze zelfde bedenkingen, en door de enkelde befchouwing der deelen, komt het my voor, dat het hgt te begrypen is, hoe de herkauwing gefchiede, en waarom het paard niet herkauwt of braakt, terwyl de koe en andere dieren , die verfcheiden maagen hebben , het gras niet fchynen te verteeren dan naarmaate zy herkauwen: de herkauwing is niet dan eene braaking zonder geweld, voortgebragt door de tegenwerking der eerfte maag op de voedzels, die zy bevat: de koe vult haare twee eerfte maagen, dat is te zeggen de pens en de bonnet, die flegts een gedeelte der pens is, zo vol als zy dezelve ftoppen kan; dat uitgefpannen vlies werkt dan met kragt op het gras dat het bevat, 't welk maar zeer weinig gekauwd, en nauwelyks gehakt is, en waarvan de omtrek door de gifting fterk vermeerdert; zo het voedzel vloeibaar ware zou die kragt van famentrekking het doen overgaan in de derde maag, die niet dan door eene nauwe buis gemeenfehap heeft met de andere, welker opening zelve aan 't boveneinde van de eerfte is, en byna zo hoog ligt als die van den oelbphagus, of flokdarm; dus kan die buis dat droog voedzel niet doorlaaten, of laat ten minften niet dan het vloeibaarft gedeelte door; het is derhalven noodzaaklyk, dat de droogfte deelen in den oefophagus weder opklimmen, als wiens opening wyder is dan die van het gemelde kanaal, zy klimmen inderdaad derwaardsop, het dier herkauwt dezelve, bevogtigt hen, doorweekt hen op nieuws met zyn fpeekzel, en maakt het voedzel dus allengs vloeibaarer; het brengt het zelve dus in den ftaat van een bry, die dun genoeg is om te loopen in die buis, die gemeenfehap heeft met de derde maag, alwaar het wederom geweekt wordt voor dat het in de vierde overgaat; en het is in deze laatfte maag, dat de volkomen ontbinding van het gras, of hooi, enz,, voltooid, en waarin het voedzel tot een volkomen flymigheid gebragt, wordt; het geen de waarheid van deze uitlegging beveftigt, is, dit zo lang deze dieren zuigen of met melk en andere vogtige en vloeiende voedzels gevoed worden, zy niet herkauwen, en dat zy veel meer herkauwen in den winter, en wanneer men hun droog voedzel geeft dan in den zomer, terwyl zy malfch gras eeten: in het paard daarentegen is de maag zeer klein, de opening van dan flokdar.n is zeer nauw, en die van de pylorus, of ponier, zeer ruim; dit alleen zou genoeg zyn om de herkauwing onmogeiyk te maaken; want het voedzel in die kleine maag bevat, fchoon miffchien fterker dan in de groote maag der runderen gedrukt, kan niet weder opklimmen, dewyl hetiigtelyk kan nederdaalen door de pylorus, die zeer ruim