is toegevoegd aan uw favorieten.

De algemeene en byzondere natuurlyke historie, met de beschryving van des konings kabinet.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

7o DE NA T*U URLYKE HISTORIE,

overgaan, mits de plaats van welke hy zig af begeeft hooger zy dan die, naar welke hy overgaat, naar evenredigheid van den afftand die tuffchen beiden is: hy kan zig dus in zynen val ophouden als hy van eene zekere hoogte valt, maar hy zoude zekerlyk niet van zeer h'oog kunnen vallen zonder zig te dobden, omdat de omtrek, welken hy aan de lugt tegenftelt, niet in ftaat zoude zyn om hem tegen de verfnelling van zynen val te befchutten, indien die te lang duurde: het is my niet voorgekomen dat hy met die verlengingen in de lugt klapwiekte gelyk de vogels met hunne vleugelen; hy beweegt üegts zynen ftaart door hem zydelings en van het een eind tot het ander golvingen te doen maaken : de polatouche zwemt gelyk andere dieren zonder de verlengingen zyner huid uit te fpreiden, en fchoon het hair nat zy, onderfteunt het dier zig evenwel in de lugt eveneens als of het droog was, en het kan op zyne wyze vliegen zodra het uit het water komt.

De polatouche, die ten onderwerpe voor deze befchry ving gediend heeft en wiens afmeetingen in de volgende tafel worden opgegeeven, \i\dt den gehecjen bovenkant (Pi. XXII) van den kop, van het lighaam, van de beenen en van den ftaart van eene kleur, die gemengd was met afchgraauw en geel, behalven eene witagtige vlak die boven elk oog zat; de omtrek der oogen hadt eene zwartagtige afchgraauwe kleur: het bovenft van den kop, en van den hals hadt eene kleur die vermengd was met helder afchgraauw en geelagtig; de rug, het kruis, de bovenkant der verlengingen en der beenen had dezelfde kleuren, maar het afchgraauw was zvvartagtig en het geel donkerer; de bovenkant van den ftaart hadt eene tint geelagtigs vermengd met bruin afchgraauw; alle de hairen hadden eene afchgraauwe kleur by den wortel en eene geele aan het eind: de onderkant (Pi. XXII l) van. het dier, van het eind van den fmoel tot aan het begin van den ftaart, was van eene witte kleur met eenige tinten geele op den rand der verlengingen van het vel des lighaams en op de hairen van den buitenkant van de dije en van het been; de onderkant van den ftaart hadt eene geelagtige kleur; de langfte hairen zaten op den ftaart, zy hadden agt lynen lengte; de lengte van de hairen des lighaams bedroeg vier of vyf lynen, en zelfs zes agter de dije: de baarden waren twee duimen lang en zwart van kleur.

ypeten, duimen, lynen.

Lengte van het geheele lighaam, in eene regte lyn gemeeten van

het eind van den fmoel tot aan den aars . o. 4. 10.

Hoogte van het voordel ftel . . . . . o. 2. 2.

Hoogte van het agterfte ftel . . . . o. 2. 6.

Lengte van den kop van het eind van den fmoel tot aan het agter-

hoofd . . . . . . o. 1. 3.

Omtrek van het eind van den fmoel . . . o. 1. 10.

Omtrek van den fmoel onder de oogen gemeeten • o. 2. 2.

Omtrek van de opening van den bek . . 0.0. 7.

Afftand tulTchen de beide neusgaten . . I o. o. 1.

Afftand tuflehen het eind van den fraoel en den voorften hoek van

het oog . . . ... . o. o. 6,

Afftand tuffchen den agterften hoek en het oor ' . . i o. o. 3.