Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

3o DE NATUURLYKE HISTORIE

twintig mylen daags af,en als men hen dryft (o), kunnen zy vyf-en-dertig ©f veertig mylen afmaaken. Men hoort hen van zeer verre aankoomen,en men kan hen ook van verre op 't fpoor volgen: want de voetfpooren, die zy inde aarde laaten, zyn met twyifelagtig, en in de gronden, waarin de voet wel teekent, hebben dezelve vyftien of agtien duimen omtrekt.

Een huifï'elyke olyfant doet milfchien meer dienft aan zyn meefter dan vyf of zes paarden f», niaar hy heeft veel zorg en een overvloedig en uitgezogt voedzel noodig; hy kolf omtrent een ryksdaaler of honderd franfche föls daags (q)9om hem te voeden. Men geeft hem gemeenlyk rauwe of gekookte ryft, met water vermengd, en men wil dat hy honderd ponden ryft daags noodig heeft om in zyn volle fterkte te beftaan; men geeft hem ook gras om hem te verfrisfchen en te verkoelen ; want hy is onderhevig om zig te verhitten, en men moet hem te water leiden en twee of drie-maal daags laaten baaden. Hy leert gemaklyk zig zeiven te wasfchen ; hy neemt water in zyn muit, en brengt het naar zyn mond om te drinken, en vervolgens zyn fnuit te rug haaiende,ftort hy het overige over alle de deelen van zyn lighaam.

Om een denkbeeld te geeven van den dienft welken hy doen kan, zal het genoeg zyn te zeggen, dat alle de tonnen, zakken, pakken, die in de Indien van de eene plaats naar de andere worden overgebragt, door olyfanten vervoerd worden; dat zy laften kunnen draagen op hun lighaam , op hunnen hals, aan hunne flagtanden, en zelfs met hun bek, als men een touw om die pakken doet, dat zy aanvatten en met de tanden fluiten en vafthouden; dat zy het vernuft by de fterkte voegende, niets van 't geen men hen toevertrouwt breeken of bëfchadigen; dat zy aan den oever der wateren die pakken, in een fchuit overleggen zonder dezelve nat te maaken, plaatzende dezelve zagtelyk daar men verlangt, en fchikkende alles op de gevoegelykfte en veiligfte wyze, in zo verre,dat zy zelfs na de dingen neergezet te hebben op de plaats, die men hen aanwyft, met hunnen fnuit beproeven, of zy veilig en wel geplaatft zyn; en zo het een ton is die voortrolt, gaan zy uit zig zeiven fteenen zoeken om hem vaft te leggen.

Als de olyfant wel opgepaft wordt, leeft hy lang, fchoon in flaverny, en men mag vermoeden, dat zyn leven , in den ftaat van vryheid nog langer duurt: zommige Schryvers hebben beweerd dat hy vier of vyf honderd

Co] Als men den olyfant dryft zal hy in een dag den weg van zes dagreizens afleggen VAfrique de Marmol tom. I. pag. 58. *

GO De P'ys der olyfanten is grooter dan men denken zoude; men heeft 'er zien verkoopen van duizend gouden pagoi'en af, tot vyftien duizend roupyen, dat is, van negen of tien dui zend hvres tot ze?.en-dertig duizend. Note de Mr. de Büssi. — Men verkoopt een olvfait naar zyne grootte: die van Ceylon korten ten minften agt duizend Pardaons, en als zy zeer groot zyn verkoopt men hen voor twaal en zelfs vyftien duizend pardaons. Hifi. de l'Ifle de Ceylon par Ribeyro, Trevoux 1701. pag. 144,

(q) De olyfanten koften elk omtrent een halve piftool daags van onderhoud. Rel. d'un voyage par Thevenot pag. 261. — De tamme zyn zeer kiefch, en men moet hun gekookte ryft met boter en fuiker, aan groote ballen geeven; zy hebben wel honderd pond daags noo. dig, behalven de boombladeren, byzonderlyk die van den Indiaanfchen vygeboom, by ons Bananes, en by de Turken Plantanes geheeten, om hen te verfriffchen. Voyage de Pyrard tom. II. pag. 367 — Zie ook de Voyages de la Boullaye le-Gouz Paris 1657. pag. 210. en Recueil des voyages de la Compagnie des Indes de Hollande, tom, I. pag. 473

Sluiten