Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

xSi DE NATUURLYKE HISTORIE

zelfde foort belmoren,- want wy hebben gezien, dat in het algemeen de huilfelyke of wilde dieren , die of van zelve naar Amerika zyn getrokken, of derwaards overgebragt, daar kleiner zyn geworden,en dat zonder eenige uitzondering; daarenboven alle de karakters, zelfs die van den bult en het lang hair aan de voorfte deelen, zyn volftrekt dezelfde in de bifons van Amerika en in die van Europa; dus kunnen wy niet nalaaten hen niet flegts van dezelfde foort maar zelfs van 't eigen ras te befchouwen (k).

7°. „ De urus, of de aurochs is hetzelfde dier als onze gemeene ftier in ,, zyn natuurlyken en wilden ftaat;" dit kan terftond beveiligd worden door de vergelyking van de gedaante en het geheele voorkoomen van den aurochs, dat volftrekt gelyk is aan dat van onzen huiffelyken ftier; de aurochs is alleenlyk grooter en fterker, gelyk yder, dat zyne vryheid geniet, het altyd in grootte en fterkte zal winnen boven die, welke langen tyd in flaverny geleefd hebben. De aurochs wordt ook in eenige Provintiën van 't Noorden gevon den; men heeft zomtyds jonge aurochs aan haar moeder ontnomen (7), en dezelve opgevoed zynde hebben met de huiffelyke ftieren en koeijen voortgeteeld; dus is 'er geen twyffen aan of zy zyn van dezelfde foort.

8°. ,, Eindelyk de bifon verfchilt niet van den aurochs dan in toevallige ver„ fcheidenheden en zy zyn bygevolg beiden van dezelfde foort als het huis„ felyk runddier ". De bult en de langte en hoedanigheid van 't hair, de ge„ daame der hoornen zyn de eenige kenmerken, waarby men den bifon van den aurochs onderfcheiden kan : maar wy hebben gezien, dat de buit-runderen met onze huiffelyke runderen voortteelen; wy weeten daarenboven, dat de langte en hoedanigheid van 't hair in alle dieren van het klimaat afhangen, en wy hebben aangemerkt, dat in de runderen, de reebokken, en de fchaapen , de gedaante der hoornen juift dat is, waar in de minfie ftandvafligheid plaats heeft; die verfchillen zyn derhalven niet genoeg, om twee onderscheidene foorten vaft te ftellen, en dewyl onze huiffelyke runderen van Europa met de gebulte runderen der Indien voortteelen, is 'er niet aan te twyffelen, of zy teelen nog te meer voort met de gebulte runderen van Europa. Daar zyn , onder de bykans ontelbaare verfcheidenheden dezer dieren, onder de verfchillende klimaaten, twee eerfte raffen, beide van oudsher in den ftaat der Natuur beftaande. Het gebulte runddier of de bifon, en het runddier zonder

(]C) Zo als ik op 't punt was van dit artykel ter drukperfs over te geeven, zondt de Hr. Marquis de Montmirail my eene overzetting by wyze van uittrekzel, van eene reis in Penfyivanie, door den Hr. Kalm; waarin de volgende plaats gevonden wordt, die ten vollen beveiligt alles wat ik te vooren over den Amerikaanfchen bifon gedagt had. ,, Verfchei„ den perfoonen van rang hebben jongen van de wilde ftieren en koeijen , die in Karolina, ,, en in andere even zuidelyke landen als Penfilvanie gevonden worden , opgevoed ; die jonge ,, wilde runderen zyn tam geworden; zy behielden evenwel nog woeftheid genoeg om door v alle de heggen, die in hunnen doortogt waren, door te dringen; zy hebben zo veel kragt „ in den kop, dat zy de paliffa'den van hun park om verre rukten, om vervolgens allerhan„ de vernielingen in de bezaaide landen te gaan aanregten, en zodra zy den weg gebaand „ hadden, wierden zy van den geheelen troep huiffelyke koeijen gevolgd ; zy koppelden te „ famen, en dit heeft eene andere foort gemaakt". Foyage de Mr. Pierre Kalm Profes* feur l Aobo, & membre de VAcademie des fciences de Suede, dans l'Amerique feptentrional» Gottingue 1757. pag. 350.

(0 Vid, Épiliol. Anton. Schmebergenis ad Gesnerum Hift. Quadrup. pag. 141, 142.

Sluiten