Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BESCHRYVING VAN DEN PHOKA. 253

. |?e. Jiairen zyn kort, fyn, ftyf, en naar agteren liggende; die van het individu, dat tot onderwerp van deze befchryving gediend heeft kleefden aan eikanderen door eene foort van flymagtigheid of lym; zy waren ondertusfchen droog en blinkende ; zy hadden eene bruine of zwartagtige kleur op het grootft gedeelte hunner lengte van den wortel tot aan de punt die van eene geelagtige graauwe kleur was; die kleur vertoonde zig alleen op alle de deelen des hghaams, behalven op het agterhoofd, en langs de bovenfte zyde van den hals en rug, alwaar men zwart zag.

Daar was aan wederzyden van den fmoel een knevel, op het voorft van den fmoel uit zwarte, of ten deele witte, ten deele zwarte borftels beftaande; agter die borftels waren andere, die veel langer en veel dikker en geheel wit waren, zy waren plat, en, om zo te zeggen, knobbelagtig, even als de fpneten van de mfekten , welke men bokken noemt: daar waren ook nog zulke borftels agter den voorften hoek van het oog; de langfte borftels der knevels waren drie en een halven duimen lang.

_ , . , , ,. , . voeten, duimen, lynen,

Lengte van het geheel lighaam, in eene regte Iyn gemeeten van

hec eind van den fmoel af tot aan den aars . 2. 8. o.

Lengte tot aan het eind van de agterfte voeten . 3. o" g"

Lengte van den kop van het eind van den fmoel af tot aan het as-

terhoofd . . . . . O. 6 g

Omtrek van het eind van den fmoel . . \ 0' 6'

Omtrek van den fmoel onder de oogen gemeeten . * o'. o"

Omtrek van de opening van den bek . . ' o.' t 8*

Afftand tusfehen de twee neusgaten . . o.' o o*

Afftand tusfehen het eind van den fmoel en den voorften hoek ' '

van het oog o. 2. o

Afftand tusfehen den agterften hoek en het oor . o. o 11

Lengte van het oog van den eenen hoek tot den anderen o. o' o"

Opening van het oog . ... . o. o" ?

Afftand tuffchen de voorfte hoeken der oogen in eene regte Iyn ' *

gemeeten . . . . , . o. j 7

Omtrek van den kop boven de ooren gemeeten, op de dikfte ' *

T Plafts I. 1. «

Lengte der ooren . . . , m 0.0.0

Breedte van de bafis, over de buitenfte kromte gemeeten" o' o' 7"

Afftand tuffchen de twee ooren . . . o'. rt i'

Lengte van den hals . . , # o! 4.". o

Omtrek van den hals . . „ 1'. o. 6

Omtrek van het lighaam agter de voorfte pooten gemeeCen 1* 6

Omtrek op de dikfte plaats ... . 1. o"

Omtrek voor de agterfte pooten gemeeten . * 1' 4' o'

Lengte van den ftomp van den ftaart . . 0" T °'

Omtrek van den ftaart aan het begin van den ftomp . o' i T

Omtrek van de geleeding der hand . . * o'. <;' 6

Omtrek van de nahand . k k t o' *' e'

Lengte van de geleeding der hand tot, het eind der nagelen o' 4 1"

Omtrek van den agtervoet . . . 060

Lengte van de hiel af tot aaa het eind der nagelen' 0.' 9' o

Ü 3

Sluiten