Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

35* HOOGLIED

Het vierde -bedrijv of gezang, ontmoeten wy vs. 6-n. —i Hür fchijnt den terug tocht van salomo en sulamith , uit Egypte, op eenen dichterlyken trant gefchilderd te worden. Eerst fpreken de dochters van Sion, die vs. n , genoemd worden, en onzes erachtens dezelvde zijn met de dochteren van Jerufalem, toen zy sulamith van verre zagen naderen, vs. 6. en daerop de Veldkoets van salomo zagen aenkomen, vs. 7-10. - Daerna worden zy, door sulamith, bepaeld by de prachtige kroon van den Koning, vs. ri;

de dochters van jerusalem

Onder eikanderen , toen zy de sulamith van verre zagen naderen, vs. 6.

6. (a) Wie is fy, die daer zoo ftatig aenkomt? is het niet de Koningin, die opkomt uyt de woeftijne, als of wy roockpilaren zien opkomen ; zoodanig is salumith beroockt met myrrhe , ende wieroock, [ende'] met allerley poeder des kruydeniers?

Toen zy de Koninglyke Veldkoets, liet Vorfielyk Paviljoen, zagen aenkomen, vs. 7-10.

7. Siet, het veld - bedde , het Vorftelyk Paviljoen', dat Salomo met zich naer Egypte gevoerd heeft, daer zijn tfeftigh helden rontom; van de helden Ifraëls, om het te beveiligen.

8. Uitgelezene helden van den eerften rang. Die altemael fweerden houden , geleert ter oorloge; elck hebbende fijn fweert aen fijne heupe, van wegen den fchrick des nachts, en om alle onraed af te weeren, by den doortocht door de eenzame woeftijnen.

9. Hoe prachtig is die Veldkoets ? De Koningh Sa-

lo-

f» Hoog!. 8: 5.

Sluiten