Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

SALOMONS. III. 359

lomo heeft fich (b) een koetfe gemaeckt van den houte Libanons. .

10 De pilaren derfelve maeckte hy [va»] filverharen vloer f>«] gout, haer gehemelte rvanl purper : het binnenfté was befpreydt met een prachtig tapijt, met alle de zinneprenten van de liefde , van de dochteren Jerufalems op 't fchoonfte geborduurd.

sulamith

De dochteren van Jerufalem voorby rijdende, wekt dezelve op, om salomo in zjnen Vorftelyken opfchik aendachtig te befchouwen, vs. 11.

II. Gaet uyt den Koning te gemoet, die een weinig achterwaerds aenkomt, ende aenfehouwt, gy dochteren Zions, den Koningh Salomo in zijnen Vorftelyken onfehik; befchouwt hem aendachtig, zoo als hy verfierd is met de prachtige kroone daer mede hem fijne moeder kroonde op den dagh fijner bruyloft ende op den dagh der vreugde fijnes herten. In dezen Vorftelyken opfchik, heeft hy met my een bezoek afgelegd, by mijne Koninglyke moeder in Egypte.

C&) Hoogl. 6: 12.

XII. DEEL. 2 4

Sluiten