is toegevoegd aan uw favorieten.

De bijbel, door beknopte uitbreidingen, en ophelderende aenmerkingen, verklaerd.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

358 EZECHIEL; XXXIV.

die u, onder mijne onmiddelyke befcherming, heb aengenomen, fpreeckt de Heere HEERE, de onfeilbare God der waerheid.

Wat nu de vervulling van de belovte vs. 23-31 aen; gaet. ■— Vs. 23, 24. wordt de verheffing van den messias , tot Koning, voorfpeld. De verdere toezeggingen zijn al. leen, tot de.Joden, betrekkelyk. Maer zedert de verho. ging van christus , hebben de Joden zoortgelyke zegeningen , als hier befchreven zijn vs. 25 -3r, nimmer geno. ten. -— Wy menen 'er uit te mogen befluiten, dat dit gedeelte der Godfpraek het uitzicht hebbe , tot de wederkering der Joden , naer hun Vaderland , in het laetst der dagen, en de uitnemende zegeningen, welke zy aldaer genieten zuilken. #

het XXXV. kapittel;

jn dit Kapittel wordt wederom de ondergang der Edomiten voorfpeld.

Kap. XXV: 12-14 zijn reeds de oordelen voorgedragen , welke, over Edom, komen zouden; is daerom deze Godfpjaek, zou. men kunnen denken, niet overtollig, of immers, buiten de behoorlyke orde, geplaetst ? —- Er is, die, door het gebergte Stïr, vs. 2, 3, de Edomiten verftaen, zo als zy, kort voor 'sHeilands geboorte, zeer. machtig werden', en zich begonden te vleijen, dat zy de Joden wederom overheerfchen, en onder hun juk brengen zouden. Dan hier wordt, van het wanbedrijv der Edomiten tegen Israël, en van de ftraffen, welke hun deswegen over komen zouden, op zulk eene wijs, gefproken, dat 'er, op vroegere gebeurtenisfen, moete gezien worden , gelijk, in het vervólg, genoegzaem blijken zal. — Anderen menen , dat hier bepaeldelyk gefproken worde, van de verwoesting der Edomiten, door de Joden, ten tijde der Macchabeeuwen. Dsja deze opvatting fteunt alleen.