Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

33© H A G G A L l

3. Ende het woort des HEEREN gefchiedde daerom, door den dienft des Propheten Hageai feggende tot de yverlofe Joden : '

4. Ls 'et voor ulieden wel de tijt, datgy woont in uwe gewelfde huyfen? Gylieden, en vooral de vermogenden onder ulieden , hebben wel tijd en gelegenheid Weten te vinden , om woonhuizen voor ulieden te bouwen dezelve prachtig te maken, en met cederen delen te bedekken , ende fal dan dit Huys, het welk tot den plechtigen eerdienst van den Allerhoogften gefchikt is, woeffc zijn. De grondflagen van den Tempel zijn wel gelegd; Ezr, lil": ïo , maer het is nog ver van opgetrokken en gewelvd te wezen.

De gewaande smerdis had het voortzetten van den Tempel- . bouw verboden, Ezr. IV: 24. Op dezen grond wendden de yverlofe Joden voor, dat het ontijdig ware aen dit werk verder te denken. Maer, met dit alles hadden zy zorg gedragen, om hunne byzondere woonhuizen in gereedheid te Brengén, fchoon des Konings verbod, niet alleen tot den Tempel , maer tot de ganfche Stad betrekkelyk ware, Ezr. IV: 21. Om hen te befchamen , vraegt daerom de heer , of het dan wel tijd was, om tot hun eigen nut t'e werken , en het herftel van den Tempel te veronachtzamen ?

B. De heer voegt 'er eene nadrukkelyke opwekking by; vs. s - 11.

A. Eerst Jlelt Hy hun de rampen voor, welke hen druk. ten , als rechtvaerdige ftraffen van hunne onverfchoonbare traegheid, in het voortzetten van den Tempelbouw, vs. 5, 6.

5. Nu dan, terwijl het zo met de zaek gelegen is," alfoo feyt de HEERE der heyrfcharen, Stelt uw herte op uwe wegen , gy hoofden der Joden en het ganfche volk. Gaet uw gedrag eens aendachtig na, en vergelykt het zelve met uwe verplichting,

6. Ik heb u geftraft met tegenfpoed, in alle uwe onder-

ne

Sluiten