Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HAGGAI. II. 335

3, De Prophetifche redevoering zelve vs. 3-10. behelst, A. Eene aenmoediging aen het Joodfche volk, en deszelvs hoofden, om aen den Tempelbouw yverig voort te gaen, vs, 3-6.

B Eene merkwaerdige belovte, dat de heerlykheid van den tweeden Tempel groter zou z<jn , dan die van den eerflen, vs. 7-10.

3. öpreeckt nu tot Zerubbabel den fone Sealthiëls, d?n Vorft van Juda, ende tot Jofua den fone jozadaks, den Hoogenpriefter, ende tot het overblijffel des Joodfchen volcks, het welk uit Babel in hun Vaderland is wedergekeerd , feggende uit mijnen naem:

4. Wie is onder ulieden overgebleven, die dit Huys in fijne eerfte heerlickheyt gefien heeftteer het door Nebucadnezar verbrand was , ende hoedanigh fiet gy het felve nu? wat oordeelt gy van den tweeden Tempel, voor zo ver dezelve nu gebouwd is? Is dit gebouw niet als niet in uwe oogen, in vergelyking van den vorigen Tempel? gelijk dit gebouw eenigermate, naer dien prachtigen Tempel, welken Salomo gebouwd heeft, en gy nog gekend hebt in uwe vroege jeugd?

Er waren nog eenige Joden onder de wedergekeerden, die den eerflen Tempel in deszelvs luister gekend hadden. D3 zeventig jaren der Babylonifche gevangenis begonnen wel, met het vierde jaer van jojakim, zijnde het jaer 3399 na de fchepping. Toen nam nebucadnezar Jerufalem in , maer hy keerde, wanneer jojakim zich onderworpen had, met eenige gevangenen, naer Babel weder, 2 Kron. XXXVI: 6, 7. De Tempel werd eerst 16 jaren later, in het jaer der fchepping 3415 , verbrand, en daerna gefchiedde de grote wechvoering van het ganfche "olfc, 2 Kon. XXV: 8-22. 2 Kron. XXXVI; 18-20. Jer. XXXIX: 8-i3. LH: 12-27. Nu deed haggai deze redevoering in het jaer der fchepping 3484. Eeni. ge Joden derhalven, die, 80 jaren en daerenboven oud wa-

XVII. DEEL.

Sluiten