Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

2(540 GREWIA.

Planten vindt men deeze foort door den Heer N. I Burmannus opgetekend.

2. Oost-Indfche Grewia. Grewia Orientalis. Grewia met byna lancetvormige Bladen en enkelde Bloemer Grewia Foliis Jublanceolatis, Floribus folitariis. Linn. Sys Nat. XII. Tom. 2. Gen. 1026. p. 602. Veg. XIII. p. 68c Fier. Zeyl. 324. Grewia Corollis obtufis. Royen Litgdba, 476. Hort. Cliff. 433. Pai-Paroea f Couradi. HoruMa* V.p. 91- T. 40. Raj. Hifi. 1624. Burm. Fl. Ind. p. 195 Deeze komt aan de voorgaande naby, zo Linn.*eu aanmerkt, doch werdt door de ftompe Bloemblaadje daar van onderfcheiden. Het is de Pai Paroea of Cm, radi van Malabar een middelmaatige Boom op Ceylon onder den naam van IVaalmendya bekend, en dus ge naamd, om dat hy bekwaam hout verfchaft tot het maa ken van fchietboogen. De Portugeezen heeten he Jacka de Mato, wegens de eetbaare Besfen. De Bloe men komen troswyze uit de Takjes voort, 't welk te gen de bepaalingen fchynt te ftryden. De Vrugten die platronde hoog geele Besfen zyn, hebben lanj witachtig Haair, het welk 'er door de onzen den naan van Nierpluimen aan doet geeven. Zy befluiten vie harde Steentjes met bittere Pitten.

De Heer N. L. Burmannus betrekt tot deeze foor de Ceramfe Struik van Rumphius, die boomachtig op fchiet, en de Bladen by paaren in 't kruis geplaatst heeft, zynde vier duimen langen twee vingeren breed niet ruig maar glad; aan de kanten zeer fyn gekarteld Het Bloeizel in kleine trosjes rondom de Takken ge plaatst,-is wit, gelyk ook de Vrugten, dat Besfer zyn, welke de Vogeltjes gaarn eeten. Die van Bande gebruiken de Bladen om Visfehen te vergeeven en te vangen: zy ftampen ze ten dien einde, en doen ze in een korfje, vermengende dezelven metasch: dit dus een nacht toegedekt geftaan hebbende, werpen zy die Bladen al wryvende met de handen in het water, dat In kuilen van Klippen ftaat, en dus komt de Visch boven dryven. Ondertusfchen zyn deeze Bladen van geene fchaadelyke hoedaanigheid voor het Vee, en de Wortels gebruikt men tot geneesmiddelen. Op Banda wordt dit Gewas in de Hoven geteeld, om de Bladen ten gemelden einde tot de vischvangst te ge • bruiken.

3. Ceylonfthe Grewia. Grewia Afcatica. Grewia, met hartvormige Bladen. Grevia Foliis cordatis. Linn. Syst. Nat. XII. Tom. 11. Gen. 1026, p. 602. Veg. XIII. p. 689. Microcos lateriflora. Spec. Plant. Microcos, Pedunculis axil* laribus confertis dichotamis. Flor. Zeyl. 208. Burm. Flor. Ind. 121.

Of de figuur der Bladen genoegzaam zy tot onderfcheiding deezer foort van de voorgaande, zou men te meer mogen twyffelen, aangezien gedachte Hoogleeraar daar toe den Javaanfchen Bergboom met Lauwrierbladen yan Kleinhof betrekt. Het is de Hamdamanias van Ceylon, eene Boom, die de Bladen overhoeks, gefteeld, hartvormig, ftompachtig, glad, geaderd en ftomp gekarteld heeft. De Bloemfteeltjes komen uit de Oxelen voort, en maaken Trosjes van Bloemen , die eenen vyfbladigen Kelk en vyf kleine Bloemblaadjes hebben : de Meeldraadjes talryk en lang: den Stempel in drieën of vieren verdeeld.

4. Piuimbloemige Grewia. Grewia Microcos. Grewia, met langwerpig eyronde Bladenden gepluimde Bloemen. Grewia Folus ovato-oblongis, Floribus pankulatis.

GRÏASi GRIEKSCHE GODSDIENST.

ïüM. Syst. Nat. XII. Ve« XTTT T\/r- ■ ,

<?„,,. p,„L Jr ~ ,g' Microcos paniculata.

Spec. Fi nt. 733 For Zeyl. 207. Microcos Folüs alternis,

> eblongis, acummatis. Burm. Thef. Zeyl 1*0 T C r

: nmnaMairT?C- CruFl°J M^o.Schagèr,Conl Hort. Mal. L p. 105. T. 56. Burm. Fl. Ind. pffi'ï,

■ Deeze behoudt den bynaam van het Geflacht, dat

• zy te vooien met de voorgaande had uitgemaakt, wan' f,™ ff teve,!S de" bynaam van Paniculata, dat is,

• Pluimoloemige voerde. Microcos zou zo veel beteke' Mnull lSme K°l;0Sl wordende dit Gewas Kokerille op

- ff rZS °Smdy Ll«™ betrekt 'er toe, den fJi-Cottam van dat Land, welke Kornoeljeboom van

' wolSeHl/6" B'ad en eene" Stee" die met

■ SSn SL°ei* 15' Van Syen in de Aanteekeningen t f R, ^rrdt- t,GeJWas is door de" Hoogleeraar

- LSl 1ANNÜS/ onder de Ceylocfche Planten, afge-

■ v n al^ent £ d°- Ma!abf^e Kruidhof befchreeven als een Boompje met den Stam eenen arm dik

; de Bladen langwerpig ovaal, gefpitst, gefteeld van

> boven donker groen; de Bloemen troswyze op de

> toppen van de Takjes groeijende, vier of vyfbladig!

H^t Vrtrh"/01 ^'draadjes, met een enke' Styltfe Het Vrugtbeginzel, dat rond is, wordt eene peerach-

■ tge Bezie eerst zuur, dan zoetachtig, zwart en ; glanzig welke tot verfnapering ftrekt aan de Ingeze-

- tenen des l ands. Het SaP dient ook tot verkoeling in heete z.ekten. Ieder Bezie bevat een Steentje, dat met eenige boogswyze draaden bekleed is, welke het zelve wollig maaken, gelyk in de voorige foorten van dit Geflacht.

GRIAS is de naam van een Planten-Geflacht, onder de klasle der Polyandria,oiVeelmannige Boomen, gerang~T~V ïï*. kenmerken zyn : eene vierbladige Bloem; de Kelk m vieren gedeeld; de Stempel, on-

itdfe;grSn:heeeftVrugt pruimachtig ¥< ™

Daar is maar ééne foort van, welke den bynaam van Stambloeijende (Cauhfiora) draagt, om dat zy de Bloemen en Vrugten tot den blooten Stam uitgeeft. Grias Linn. Sm Nat. XII. Tom. II. Gen. phy lum Folus tripedalibus ovatis 8>c. Bröw'n. 'kam 2aI Palmisaffinis Malus Perf.ca maxima tfc. II. SloanÉ fam 279. Hist. II. p. 122. T. 217. ƒ. 1 2 ™*-jam.

De vermaarde Hans Sloane , 'die dit gewas aan de oevers van de rivier Cobre, op Jamkika, gevonden had, ftelt het voor onder den naam van zeergrool ÏZnietVkk" fV^boom gelykende, dil den Stam niet takk g heeft, met uitermaate lange Bladen , en eene vierbladige bleek geele Bloem , gelyk dê

zvn gdeUBlad£-nSd m VOOrtkon?end^ VoIgensVowS Bladsndllep voeten lang en fpatelvormig, de

r R ipV^r^S^ e" de Takk^ verfpreid.2' BLETTENn. 12 DOUBLET , zie KOUS-DOU-

Zm?wE'KS4eI2Ó°DSDIENST- De Griekfche Ge. vSh?TRk°mtrln ?e'e °P2ichten m« die der LaTrtr' RoomfchI? Ke/k overéén. Caucus in Hist. de Grae. recentmum Hcerefibus tekent aan, dat zy door de volgende dwalingen van de Moederkerk verfchil.

,-,XHelf00^ 27 a"e de Lafvnen of Roomschgezinden, die zich tot hunne Gemeenfchap begeeven.

2 Den Doop der Kinderen, zo noodzaake'yk by de Roomfche Kerk gehouden, ftellen zy uit tot drie,

vier,

Sluiten