is toegevoegd aan uw favorieten.

Vervolg op M. Noël Chomel. Algemeen huishoudelyk-, natuur-, zedekundig- en konstwoordenboek [...]. Zynde het VIII.(-XVI.) deel van het woordenboek.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HA AIRMOS.

HAAIR-PLANTEN". 97^7

en een ruig Huikje: terwyl het Wyfjes Plantje ge-

fternd is op den top. Van dit Haairmos komen

de drie volgende foorten voor.

Is Gemeen Haairmos. Polytrkhum'commune. Haairmos, met een eenvoudig Steeltje en een vierkantig Meelknopje. Polytrkhum Caule fimplici, Aithera parallel'peda. Linn. Syst. Nat. Veg. XIII. Gen. 1192. Spec. I. Gort. Seis, 283- Polytrkhum quadrangnlare vuig. Tuccce foliis ferratis. Dill. Musd. 420. T. 54.. f. I. Polytrkhum aursum majus. C. Bauh. Pin. 356. Muscus Juniperifolius &c. Vaill. Par. 131. T. 23. f. 8-,3. Polytrkhum quadr. Juniperi foliis&c. Dill. Musc. 424. T. 54./. 2. Vaill. Utf. f. 6- Polytrkhum aureum medium. C. Bauh. Pin. 356y. Polytrkhum quadr. minus, funiperi foliis pilofis. Dill. utf. ĥ 3- Muscus coronatus. Boerh. Moris. dcc.

Van dit gemeene Mos, overvloedig by ons op vogtige Heygronden en Mosachtige plaatzen groeijende, zyn drie aanmerkelyke - verfcheidenheden, mooglyk veel afhangende van den ouderdom en van den grond. De eerfte, die de grootfte is, groeit op vogtige vette plaatzen wel eenen voet of anderhalf hoog; zo dat men 'er in Sweeden, Engeland en elders, wel beiems van maakt om de bakkers ovens- uit te veegen. Hier van wordt zy Muscus Scoparius, dat is Bezem-Mos, by Lobel getyteld. Dodon^us noemtze Muscus capilla-ris, dat is Haairmos. Deeze gemeenlyk eene fpan of eene handbreed hoog. opfchietende, wordt by ons Geel-Vrouwenhaair , Guldenhaair of Gulden - Wederdood ,geheeten. Onder den naam van verguld Venushaair (Adianthum aureum) is zy in de Apothceken bekend geweest en voor een Geneesmiddel gehouden , dat hedendaagsch geen geloof vindt, 't Kan nogthands wel zyn, dat zy, in water afgetrokken, tot een zweetmiddel verftrekke, gelyk Lemesy wil. De Franfche naam is Perce-mousfe. Sommigen' hebben het afkookzel , als een uitmuntend middel in aamborfligheid, zydewee- en andere borstkwaalen, aangepreezen.

De Bladeren, die den Steel omtrent ten halve bekleeden, gelyken meer of min naar dien van den Geneverboom. In- de gemeenfbe en grootfte zyn ze breeder en zaagswyze getand; in de anderen fmaller en in de laatften haairig. Linnjeus merkt aan, dat de eerfte' en grootfte op modderige losfe gronden; de tweede op vogtige bergachtige; de derde op zeer drooge zandige plaatzen gemeen zy. Deeze laatfte bereikt dikwils naauwlyks eenen duim hoogte, en ziet roodachtig in den zomer; gelyk de haairachtige Steeltjes, die 's winters boven uitgroeijen; de Meelknopjes rypzynde, goudgeel-1. gelyk ook het Loof door den ouderdom wordt, waar van de naam. Tot verklaaring van de geftalte geeven wy op Plaat XVIII. in Fig. 3. de Afbeelding van de middelfoort.

2. Alpisch Haairmos. Polytrkhum Alpinunt. Haairmos, met eenen zeer takkigen Steel, en endelingze Bloemfteelfjes. Polytrkhum Caule ramofisfimo, Pedunculis ter* minalibus. Linn. Spec. Plant. N. 2. Oed. Dan. 29^. Polytrkhum Alpinum ramofum. Dill. Musc. 427. T. 5.5. ƒ. 4-

3. Kruikdraagend Haairmos. Polytrkhum urnigerum. Haairmos, met eene zeer takkigen Steel, en zydelingfe Bloemfteehjes. Polytrkhum Caule ramofo Pedunc. axillaribus. Linn. Spec. Plant. N. 3. Fl. Suec. 870 , 967Dalib. Par. 31 £. Polytrkhum ramofum &c, Dill. Mufc,

427. T. 58./. 5. Mufcus ramofus ereUus', Calyptta vills* fa. Vatll. Par. 131. T. 28. ƒ. 13.

Weinig verfchiilen deezen, waar van de eene op de hoogfte Gebergten van Switzerland en Groot-Brittan. nie, de andere niet alleen in Europa, maar ook op Ja-maika is waargenomen. DeTakkigheidonderfcheidtze van het Gemeene Haairmos, en zy hebben, bovendien, de Meelknopjes nie: vierkant, maar rondachtig, zo dat dezel'.en zich, in de laatften als Kruikjes vertoonen.- Dit heeft alleenlyk plaats, wanneer dezelven door ouderdom open gaan: voorheen zyn ze fpits gelyk de anderen, en van boven geflooten. Dit Mos valt anderhalven of twee duimen hoog. Het Loof is> gelyk in het eerst befchreevene Haairmos of Gulden Wederdood,

Twee raare foorten heeft de jonge Heer LiNNiEus by dit Geflacht gevoegd. De eene welke zyn Ed» omwonden Haairmos noemt, van 't Eiland Bourbon afkomftig, had de Blaadjes elsvormig en als om derf Steel gewonden. Zodaanig ééne, doch maar half zo groot, had zyn Ed. ook van de Kaap de Goede Hoop.De andere, uit de Straat van Magellaan, bad de Bladen gefleufd, kraakbeenig-zaagtantig. Beiden waretï zy enkeld gefteeld. Polytrkhum convolutum £f Magellanicum. Linn. Meth. Musc. emend.p. 33. T. i.f. 2.&c* P- 34-

HA AIR-PLANTEN is eene Klasfe van Planten, iri het Samenftel van Linn;eus de laatfte uitmaakende, era door zyn Ed. Cryptogamia getyteld. Dit woord beeft de Heer Houttuyn verduitscht door Geheim-Echte Planten: want (zegt die groote Natuur-beoeffenaar,), dat de Bloemen , door haare kleinheid , buiten het bereik onzer oogen of op eenigerlei manier verborgenzyn, gelyk fommigen willen; die het derhalve Planten met onkenbaare Sexen heeten , is oneigen. Sfflit uitfennttitN &tfd)Uctm/ zegt Planer in (Satt ïcr ^(fan^ Jen. (Setting. 1775- olab). 1603. Beter zou men het vertaaien kunnen, Planten van eene duiftereVrugtmaaking of Teeling: alzo de manier van derzelver voortplanting, nog- grootelyks in gefchil ftaa-t.

Voornaame Kruidkundigen ,- ondertusfchen , dat Woord, het welk de Heer LiNnjeus als een Hcimelyke." Bruiloft der Plantgewasfen verklaard hadt {Nuptice claraf celebrantur. Linn. Syft. Nat. Veg.XIII. p. 23) niet goedkeurende of met iets nieuws willende praaien; hebben het in een andere vorm vergooten. Dus maakte-' de vermaarde Wachendorf in Hort. Ultraj. p. 346. daar van Cryptanthce; en Adr. van Royen, Flor. Leid,Prodr. p. 495., Cryptantherce. Het woord, door den' Utrechtfen Hooglêeraar gebruikt, betekent Planten met verborgen Bloemen; het andere, van den LeidfchetïHoogleeraar, met verborgen Meelknopjes, terwyl volgens; de waarneemingen der laatstgenoemde Natuurkundige,, de Bloemen;- ten minfte dat gedeelte, welk men Meel-* knopjes tytelt, in deeze Planten allerblykbaarst zyn.

Waarfchynlyk is die verandering gefprooten uit hef denkbeeld, dat het zichtbaare der vrugtmaaking, 't welkzich in deeze Planten openbaart, Zaadjes zouden zyn,. of Zaadhuisjes. De ouden meenden , dat zy Bloemen noch Zaad voortbragten , en van de Varens zelv' zegt' Lobel : zy groeijen en-fterven zonder Zaad. Plantarum' Genus, quod nullam Semen molitur: zegt CiESALriNus van> deeze in 't algemeen, Cap. XVI. Plinius Filicis duo- geKkk 3.- «ft-