Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

E P H E S E N. V. 329

3. (d) Maer (of Voorts) alle hoererye ende alle Onreynigheyt, alle foort van vuile ontucht , welke in uwe Stad, zo algemeen is doorgebroken, (vergel. Kap. IV: 39,) ofte gierigheyt, en laet oock onder u niet ge. naemt worden, en zelvs niet by den naem, onder ulieden bekend zijn ; gelijckerwijs het den Christenen, die heyligen zijn, tot den dienst van God afgezonderd, zekerlyk betaemt:

Ofte gierigheid. Hoe komt hier de gierigheid of fchraepzucht , by allerlei foorten van de vuilfte ontucht, te pas? Het grondwoord betekent, in het algemeen, eene brandende begeerte om meer te hebben, en wordt daerom eigenaertig gebruikt van de gierigheid, daer een vrek nooit verzadigd is, en altoos meer begeert. Dan, terwijl de Apostel hier bezig is, om de Ephefifche Christenen, van de hoerery en allerlei foort van vuile ontucht , af te manen , zouden wy het oorfprongelyk woord lievst nemen, voor de onverzadelyke begeerte naer wellust. Misfchien wordt ook het affchuwelyk wangedrag van de zulken bedoeld, die zich, om vuil gewin., tot de fchandelykfte onreinigheid, laten misbruiken.

4. Noch oneerbaerheyt in woorden, gebaerden en zeden , zy onder u bekend, noch fot - geklap , ligtvaerdige gefprekken, gefchikt om de vleefchelyke lusten op te wekken , ofte geckerye of dartele dubbelzinnigheden , welcke een wellustig gemoed verraden, en voor Christenen niet en betamen : maer laet ler veel meer danckfegginge van u, in uwe zamenfprekingen, gehoord worden.

Het oorfprongelyk woord , door dankzegging vertaeld , heeft doorgaens die betekenis, in den ftijl van den Apostel. Maer het wordt hier overgefteld , tegen oneerbare en ontuchtige gefprekken; wy zouden het daerom liever nemen, voor aengename en bevallige redenen, welke nuttig en ftich» telyk zijn voor anderen , en waer door dus doende te.ve.ns Gods eer bevorderd wordt.

(<i> M*'«» ?: 21. Ephef, 41 SS>< CoM. 3: 5. 1 XXM. DEEU X 5

Sluiten