Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

&4 E P H E S E N. V.

Hy zegt , wie zegt het ? het is moeilyk te bepalen , welken Spreker de Apostel bedoele. Sommigen verftaen het van den heer zeiven, die paulus , door zijnen Geest aeridreev, en door hem fprak; anderen meenen, dat hy het oog hebbe op Jef. XXVI: 19, of LX: 1, of op de woorden der beide plaetfen by eikanderen genomen; nog anderen zijn van oordeel, dat de aengehaelde woorden ontleend zijn, öit één der geestelyke gezangen , welkt , by de Gemeente van Ephefen, in gebruik waren.

Hoe het wezen moge , de aengehaelde fpreuk zelve is zeer duidelyk. De Apostel had, in het voorgaende j van de duisternis en het licht, meermalen gefproken. Nu blijvt hy hier, in dezelvde toefpeling. Hy fpreekt van zulken , die flapen , nu , wanneer iemand flaept, ziet hy niets, en verkeert daer door in de duisternis. Het Jlapen is derhalven een eigenaertig zinneprent van dè duisterheid der onkunde , in welke de onbekeerde Heidenen verkeerden, en van dit oordeel der verharding , het welk God hun rechtvaerdig had toegezonden, (vergel. Kap. IV: 10. Rom. I: 23—.) Het zedelyk bederv der blinde Heidenen, hun onvermogen tot eenig goed, en hunne volilagene verflaevdheii' aen de beestachtigfte ontuchtigheden, mogt wel by den ftaet der doden, vergeleken worden, (zie Kap. H: 1.)

De Christenen te Ephefen, moesten de onvruchtbare werken der duisternis beftraffen , en hunne medeburgers , die 'er zich in verliepen, toeroepen: „ ontwaekt gy die flaept, „ gy blinde Heidenen , die onder een oordeel van ongevoeligheid geplaetst zijt, ziet en merkt toch eens op, hoe grouwzaem uw wangedrag zy; laet de flaep van ver„ blinding en verharding toch eens een einde nemen, en, „ ftaet op uit de doden, leert eens goed te dóen, en de „ banden der zonden, door welke gy als dood zijt, te ver„ breken ; laet christus u verlichten , hoort naer zijn oni, derwijs in het Euangelie, en Hy zal u het licht van ken,v nis, heiligheid en wezenlyk genoegen tnededeelen."

y. Be

Sluiten