Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

304 li JOANNES. II.

eenen meer verbevenen rang, aen andere Christenen, als aen zulke menfchen, die nog in de duisternis van onkunde verkeerden, (Vergel. vs. 9, n,) gene lievde verfchuldigd waren.

Uit deze verönderftelling , welke , door het gene wy van de Gnostieken vinden aengeteekend , genoegzaem bevestigd wordt , laet zich de geheele redeneering van den Apostel zeer wel verklaren. Zy fchijnen beweert te hebben , dat de leer der Apostelen , volgens welke de Christenen alle menfchen , zelvs hunne vyanden , moesten lievhebben , eea nieuw en te voren ongehoord gebod behelsde. — Dit wanbegrip wederlegt de Apostel. Het is als of hy zeide: „ wanneer ik u eene algemeene en onbepaelde „ lievde, tot alle menfchen, byzonder tot uwe mede Chris„ tenen, aenbeveel, fchrijv ik u geen nieuw gebod voor ; „ deze leer is niet nieuw , gelijk de Gnostieken voorwen„ den ; maer het is een oud gebod , het welk gy van den „ beginne , zo dra u het Euangelie verkondigd is, van de „ Apostelen gehoord hebt. Ter wederlegging van dit wan„ begrip der Gnostieken , heb ik niets anders nodig , dan „ my, op uw eigen geweten , te beroepen. Dit oud ge„ bod is het woord , dat, en de leer , welke gy van den „ beginne, zo dra het Euangelie tót u gekomen is, uit den ,, mond der Apostelen, ge'oort hebt."

8. Wederom evenwel , en in een ander opzicht, fchrijve ick u, in dit geval, (ƒ») een nieuw gebodt: 't gene waerachtig is in hem, zy oock in u [waerachtig] : want de duyfterniffe gaet voorby , ende het waerachtige licht fchijnt nu.

Het Griekfche woord, door wederom vertaeld, beteekent hier , aen den anderen kant, in een ander opzicht. (Vergel. Matth. IV: 7.) — Het Euangelisch voorfchrivt, het welk eene algemeene broederlievde vordert, is een oud gebód , (Vergel. vs. 7;) maer evenwel, aen den anderen kant, en in zeker opzicht, is het een nieuw gebod ; deels, voor zo ver het een vernieuwd gebod is, het welk, door de valfche

(.hj Joh. 131 34. ende 15: 12.

Sluiten