Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

322 DEUTERONOMIUM XXXI.

Het vervolg van Mofes affcheidsrede vs. 24-30.

24. Ende het gefchiedde , als Mofe voleyndt hadde de woorden defer wet te fchrijven in een boeck; tot datfe voltrocken waren :

25. So geboodt Mofe den Leviten, en wel bepaeldelyk den Priesteren, die de Arke des verbonts des HEEREN droegen, vergel. vs. 9, feggende:

26. Neemt dit oorfprongelyk handfchrivt van het (/;) wetboeck, ende legt het, door de hand van Eleazar den Hoogepriester, in het binnenfte Heiligdom, in een daertoe gefchikt Kistien, aen de zijde der Arke des verbonts des HEEREN uwes Godts: dat het aldaer zorgvuldig bewaerd worde, opdat het zy ten getuyge tegens u, wanneer iemand ondernemen mogt, de Wet te vervalfchen of te veranderen.

Binnen in de Ark zelve, was niets anders, dan alleen de twee fteenen Wet-Tafelen 1 Kon. 8: 9. 2 Kron. 5: 8Maer dit oorfprongelyk handfchrivt van de ganfche Wet moest, in het Heilige der Heiligen, naest de Verbondsark, geplaetst worden. Hiertoe had men zekerlyk den dienst van den Hoogepriester noodig, omdat het niemand anders geoorloovd was, in het binnenfte Heiligdom te komen- — Het is meer dan waerfchijnlyk , dat het dit zelvde handfchrivt ware , het welk, onder de regeering van Koning Joflas, in den Tempel gevonden werd 2 Kron. 34: 14. Het werd toen ter tijd niet gevonden, aen de zijde der Arke, in het binnenfte Heiligdom; maer Hechts by gelegenheid der tempel ver betering, op de eene of andere geheime plaets, alwaer de Priesters het fchijnen verborgen te hebben, toen de Godvergeten Manasfe alle de affchrivten van de Wet vernielde, welke hy konde machtig worden.

27. Want, met deze drangreden bond Mofe het gemelde bevel aen, ick kenne by ondervinding uwe wederfpannigheyt, ende uwen harden necke, uwen ontembaren aert: Siet, terwijlen ick nogh heden met

ulia-

(é) 2 Kon. 23: S.

Sluiten