Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

4o6 GENESIS XLIX.

in het vervolg te klein werd voor Simeons nakomelingen i moesten zy bezittingen zoeken, daer zy dezelve vinden konden, vergel. i Kron. 4: 27-42. — Hoe zeer gepast was deze ftraf over Simeon en Levi, nae hunne misdaed? zy hadden gezondigd door eene doemwaardige t' zamenzweering, en werden geftraft door eene fcheiding, zoodat hunne kinders en nakomelingen verre van elkander verftrooid wierden.

8. Juda ! zoo fprak de ftervende Jacob tct zijnen vierden zoon, gy zijt het, die aan de kracht van uwen jiaem met derdaed zult beantwoorden. Gy heet Juda, dat is Lof, en u fullen ook uwe broeders loven, u zullen zy eeren en den naem geven van de groote da» den , welke gy verrichten zult : want uwe hant fal zijn op den necke uwer vyanden, gy zult alle die genen , welke- zich tegen u verzetten, overwinnen en te onderbrengen, voor u fullen haer uwes vaders fonen, uwe broeders en alle mijne nakomelingen, nederbuygen. Gy zult dat gedeelte der eerstgeboorte bezitten , dat gy het gezach zult oeffenen over uwe broederen ; uit u zullen de Koningen voortkoomen, welken alle mijne nazaaten zullen hulde doen.

En inderdiad zoo is het ook gefchied. De nakomelingen van Juda hebben over alle hunne vijanden gezegenpraeld. Dit is in vollen nadruk vervuld ten tijde van Koning Salem : Uit deze ftam zijn de Koningen voortgekomen, welke over gansch Israël geheerscht hebben , en ook de Koning aller Koningen , de gezegende Mesfi3s.

9. Juda (e) is een leeuwenwelp, zijn nageflacht zal gelijk zijn aen eenen jongen Leeuw. Deeze ftam zal vroeg blijken geven van heldhaftige dapperheid , gelijk zy ook inderdaad de eerfte geweest is, die, na den docd van Jofua , optrok, om de Kanaanners te beftrijden, Richt. 1 : 1, 2. Hy werd by een leeuwenwelp vergeleeken, omdat hy, van tijd tot tijd, in macht zoude toenemen ,

en

CO Nwn. -4= 9- Micb. S- 7-

Sluiten