is toegevoegd aan uw favorieten.

De bijbel, door beknopte uitbreidingen, en ophelderende aenmerkingen verklaerd.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

EXODUS IV. 41

ick fal uwen fone , uwen eeritgeborenen, dooden.

In dit onheil, waerin de Egyptifche plagen ten Iaetften zouden eindigen, zou dan de Koning gelijkelyk deelen met den geringften zijner onderdanen; en wel op zulk een wys, dat zijn throon aengetast en van deszelfs erffelyken opvolger beroofd zou worden : Daer hy dan in de voorige plagen voor zijn perfoon, of verfchoond wierd, of flechts van ter zijde, of op een meer draeglyke wyze daerin deelde ; zou deze plage Hem gevoeliger dan iemand treffen , en zijn hart verflaen.

Men neme hierby waer den zeer treffenden weerflag dezer bedreiging , uwen Zone, uwen eerstgeboren zal ik dooden , op de evenvoorgaende woorden, welke God ten grondflag van zijnen eisch Helde, M ij n Zoon, m ij n eerstgeboren is Ifraè'I. Had hy dan dit billyke bevel trotsch geweigerd, Laet mijnen Zone trekken; hoe rechtmatig beantwoordde daer aen deze ftraf, ik zal .uwen Zone, uwen eerstgeboren dooden ?

Dus behoorlyk gelast, en onderricht van 't geen hem te doen ftond, trok Mofe met zijne Vrouwe en Kinderen op, gelijk gezegd was vs. 20. Ondertusfchen gebeurde 'er onder weg eene opmerkelyke en zeer vernederende byzonderheid , welke Mofes ligtelyk had kunnen verzwijgen, maer die hy, als een getrouw Gefchiedfchrijver, die zijne eer niet zocht, maer de waerheid hulde deed en de oprechtheid beminde , niet fdiroomt in de navolgende vsf. opteteekeneu.

24. Ende het gefchiedde op den wegh in de herberge, dat is, op zekere plaets, waer zy overnachtten, waer zy misfehien een foort van tent of ligt verdek opfloegen, nae de wyze der Oosterfche Herders, (want eigenlyk gezegde Herbergen , gemeene intrekplaetzen , waer men voor geld huisvesting en nooddruft verkrijgen kon , gelijk onder ons gebruiklyk is, waren in die Landen onbekend.) Als zy dan aen zekeren Oord gekomen waren , alwaer zy uitrusteden , en eenigen tijd vertoefden , zo gefchiedde het , dat de HEERE hem, Mofe , tegenquam , ende focht hem , dat is , fcheen hem te willen en te zullen dooden j II. DEEL. C 5