Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

4336 KOORNVLAM.

rond, met lange (malle Bladen als die van Prey; doch is over 't geheel ruig, en draagt op den top ééne Bloem, die de Blaadjes aan den rand egaal of niet ingefneeden heeft, donker paarsch en fomtyds ook wit van kleur. De Kelk, waar uit dezelve voortkomt, is cylindrisch en heeft vyf lange puntige flippen, welke tusfchen de Bloemblaadjes ver uitfteeken. De tien Meeldraadjes komen onder 't Vrugtbeginzel voort, 't welk vyf hoekig kegelvormig is, met dikke gepluimde Stylen voorzien. Het Zaad is redelykgroot, hoekig cn geftreept. '

2. Sierlyke Koormlam. Agrostemma coronam. Koorn vlam, die wollig is, met eyrond lancetvormige Bladen en uitgerande Bloemblaadjes, gekroonde zaagswyze getand. Agrostemma tomentofa , Foliis ovato-lanceolatis&c. Gouan. Monfp. 212. Kram. Auftr. 128. Corotiaria. Linn. Hort. Cliffort. 174. Roy. Lugdb. 449Lychnis coronaria Diofc.fativa. C. Bauh Pin. 80 5. Lychnis coronaria. Dod. Pempt. 170. Lychnis. Cam. Epit. 569. Lob. Ic. 334, 335-

Een fraaije Bloemplant, dietweejaaren leeft, maakt deeze in de hoven uit, komende op de velden in Italiën, als ook op veele plaatzen in Siberiën voor. zo Linnjeus zegt. Den naam van Lychnis voert zy by uitmuntendheid, en in 't byzonder dien van Lychnis coronaria, als in de kroonen, kransfen of bloemtuilen , door de fchitterend paarfche kleur haarer Bloemen , uitmuntende. In 't Fransch noemt men ze, deswegen, Oeillets Dieu of Coquelourde, in 't neerd'JAüchChristus-Oogen, in 't engelsch Rofe-Campion. De Duitfchers heeten zeMariën-, Vrouwe- of Hemel-Roos-

^ Uit een vezeligen Wortel fchiet deeze Plant getakte Stengen van een elle hoog, die, zo wel als de gepaarde Bladen, met een dikke zagte wolligheid als fluweel, wit-aschgraauw van kleur, bezet zyn. De Bloemen, die op 't end der Stengen en Takjes, eenzaam, uit een geplooiden Kelk voortkomen, zyn plat en rond, in 't midden een Kroontje hebbende van tien uitfteekende Puntjes. Da kleur is doorgaans paarsch, of ook bleek, hoog en fomtyds vuurig rood. Men vindt ze, bovendien, met dubbelde of volle, met gsftippelde en met witte Bloemen. Het Zaad is klein.

3. Gekroonde Koornvlam. Agrostemma Flos Ivis. Koorn • vlam, die wollig is, met getuilde Bloemen en uitge» rande Bloemblaadjes. Agrostemma tomentofa, Petalis emarginatis. Ger. Prov. 416. Lychnis coronaria fylvestris. C. Bauh Pin. 204. Moris. Hifl. II. p- 540. S. 5. T. 36./. 2. Lychnis umbellifera montana helvetica Zhü.Hifl. 128. T. 51. Raj. Hifl. 993. Lychnis coronaria umbellifera al'pina Flore purpureo. Barr Ic, 1005. Bócc. Mus. T. 42. Hall. Helv. 376.

Deeze draagt de Bloemen in kroontjes of tuiltjes op den top der Stengen of Steelen gelyk de Primula Veils, en mag daarom te recht Gekroonde worden geiyteld. Zanoni noemt ze Switzcrfche; doch zy groeit ook op d? Alpifche Bergvelden in Provence, naar den kant van Laliën. De Steng is een voet hoog, naauwlyks getakt en draagt een tuiltje van roozekleurige Bloemen , meest met die der voorgaande overéénkomende; doch de Bladen zyn wat breeder en met gelyke wolligheid.

4. Hemel Roos AgroflemmaCceliRofa. Koornvlam, die giad is, met liniaal lancetvormige Biaden ea uitgeran-

KOORTSEN.

ie gekroonde Bloemblaadjes. Agroflemma glalra, To. 'iis Hneato lanceoiatis ^fc, Linn. Hort. Upf. 115. Lychnis Segetum Nïgetlaftrum minus glabrum ditla. Moris. Hist II. p. 540. S. 5. T. 22. ƒ. 32. Lychnis foliis glabris, Cal.dur. Bocc. Sic. 27. Pfeudo-Melanthiis glabrum Siculum. Ray. Hist. 999- Lychnis Pfeudo-Melanthiis ff milis, Africana Herm. Lugdb. 391. T. 393.

Op de gebergten van Siciliën was deeze, die naar de eerfte foort wel allermeest gelykt, door BoccoivE waaigenomen en door Morison afgebeeld, aan wien de Leid fche Hoogleeraar Hermannus, vervolgens , de/elvde Piant zondt, die door hem aan de Kaap deGoede Hoop was vergaderd. De gladheid der Bladen onderfcheidt ze voornamentlyk. Ook zyn de Slippen der Kelken hier veel korter dan de Bloem en niet uitfteekende: de Bloemblaadjes meer uitgegulpt en in 't midden met puntjes, welke de Bloem, even als de Hemelroosjes, in't midden gekroond maaken, fierlyk roozcKleur.

KOORTSBAST, zie KINABOOM.

KOORTSEN By hét gene wy over dit onderwerp in ons Woordenboek zelve, III. Deel, bl. 1598 enz. gezegd hebben, oirdeelen wy nuttig nog het volgende te voegen.

Over de Koortfen in het algemeen. Wyl waarfchynlyk meer dan de helft van het menschdom door Koortfen uit het leeven gerukt wordt, is 't van het uiterfte gewicht derzelver oirzaaken wel te kennen. — De voornaamfte van deeze zyn : befmetting; ongeregelde leefwyze; ongezonde lucht; hevige aandoeningen en gemoedsbeweegingen; opflopping van de gewoone ontlastingen ; uit- en inwendige wonden en kneuzingen en buitengewoone hitte of koude. De mees ten deezer koortsverwekkende oirzaaken hebben wy in ons Woordenboek reeds uitvoerig verhandeld, en derzelver fchaadelykheid aangetoond; dus raaden wy alleenlyk eenen iederen, die zich voor Koortfen en andere gevaarlyke ziekten zoekt te wagten, op het gene wy daar reeds gezegt en hier nog te zeggen hebben, nauwkeurig acht te geeven.

Koortfen zyn niet alleen de algemeenfte maar ook teffens de meest famengeftelde ziekten. In de eenvouwdigfte foort van Koorts zelve, heeft altoos eene verzameling plaats van verfchillende toevallen. De onderfcheidende toevallen der Koorts zyn : overmaatige hitte; fnelle pols; verlooren eetlust; verzwakking van het geheele lighaam en de moeijelyke volbrenging van fommige der dierlyke- en leevenswerkingen: de andere bykom-=!>de toevallen der Koortfen zyn: walging; dorst; benauwd» heid; vermoeidheid; vermagering des lighaams: jlaaploosheid; of onrustige en niet verfrisfchende fl.iap.

In toeneemende Koortfen hoort men den Lyder gewoonlyk eerst klaagen over loom- en lust-loosheid; over pyn in de leden, zwaarte in bet hoofd; gebrek aan eetlust, mislykheid en onaangenaame fmaak in den mond. Vervolgens komt 'er fterke verhitting, on. leschbaare dorst, en toeneemende flaapeloosheid enz.,

by-.

Koortfen die fchielyk en fel aankomen, beginnen altoos met zeer zwaare en ongemakkelyke koude, verzeld van zwakheid en een geheel verlies der eetlust; fomtyds is de koude der Koorts gepaard met zwaare huiveringen, benauwdheid voor het hart, walgingen en braaken. Me»

Sluiten