Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ao Tafereel van Natuur en Konst.

tenfte gedeelte heeft zyne gedaante uit zekere famenvoegingen van fteenen, die dr. Stukely den naam van trilithons geeft, omdat ieder derzelven uit twee kolommen en een architraaf daar boven op beftaat. De fteenen, die deeze trilithons uitmaakten, zyn inder-. daad verbaazend; hunne hoogte, breedte en dikte zyn ongemeen groot, en moeten den befchouwer noodwendiglyk met verwondering vervullen. Ieder trilithon ftaat op zich zeiven, en heeft gemeenfchap met den nevensftaanden. De breedte van eenen fteen is van onderen zeven en een halve voeten, zo dat twee fteenen i5 voeten breed zyn, en daar is een el of 2o| duimen tusfchen dezelven in, waaruit men begrypt dat ieder trilithon eene ruimte van byna 17 voeten befiaat. Deeze fteenen loopen egter naar boven toe vry fmaller, en zyn waarfchynlyk met voordagt zo gemaakt om hun gewigt te doen verminderen , en hen des te minder topzwaar te maaken. De fteenen worden ook, hoe meer men van het laager einde naar het hooger voortgaat, aan weêrzyden van den voornaamen ingang, telkens hooger en fchooner,dat is de twee trilithons, die naast aan de regteren fiinkerhand van den ingang ftaan, worden

Sluiten