is toegevoegd aan uw favorieten.

Vervolg op M. Noël Chomel. Algemeen huishoudelyk-, natuur-, zedekundig- en konstwoordenboek [...]. Zynde het VIII.(-XVI.) deel van het woordenboek.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

LANDSVADER.

LANDVERRAAD. LANDVREDE. 45i?

ménsch lust voor dezelve inboezemt, en hem tot geduurige werkzaamheid aanmoedigt.

LANDSVADER. Deeze is de edelfte , de eerwaardigfte tytel, welke ooit, door eene geheele natie, aan een Vorst of Regent kan gegeeven worden. Hierom waren de voormaalige Grieken en Romeinen, als ook meer andere volken gewoon, de zodaanige hunner Regenten, en zelvs byzondere perfoonen, die zich voor het algemeene welzyn zeer verdiend gemaakt hadden, Patres, Vaderen, Landsvaderen, of Vaderen des Vaderlands te noemen, welke eerenaam ook by eenige hedendaagfche natiën, byzonder in Duitsch land, in gebruik is gebleeven. De grond daar voor is zeer natuurlyk, vooral in eenen vryen ftaat. Zodaanigen ftaat kan men namentlyk befchouwen als maar ééne huishouding, van welke de Overheden en Regenten als vaderen, de Burgeren en Ingezetenen daar tegen als kinderen aangemerkt moeten worden, alzo dezelve met de daad in deeze onderlinge betrekking tot elkander ftaan. Het is ten minften zeer zeker, dat de vaderen van dit talryk huisgezin geen waarachtig en beftendig geluk genieten kunnen , indien zy

niet, door aue moogeiyne nuuueien cu wegen, ue rust, welvaart en 't geluk van die genen trachten te bevorderen , welke hun omringen, en die aan hen kinderlyke eerbied en gehoorzaamheid verfchuldigd zyn. Voldoen de eerften aan deezen geheiligden plicht , dan komt hun ook met recht de eernaam toe van Landsvaderen , als veel hooger en voortreffelyker zynde, dan die van Souverein, Heer, of Koning enz. _ Immers moet het vertrouwen 't welk een Volk

in zyne Regenten ftelt, geene zorgeiooze gerustneio en blinde overgeeving zyn van zich zeiveen zyne dierbaarfte belangens, aan de grilligheden van willekeurige heerfchers; maar behoort alleen haare oirfprong te neemen uit de zekere overtuiging , dat goede Re genten , even als goede Vaderen des huisgezins, die de belangen en bronnen der welvaart voor hunne kinderen beter kennen, dan de kinderen zelve, ook meest byzonder voor *t algemeene welzyn zorgen, en, naar hun best vermogen, der burgeren welvaart en belangen , in allen opzichte, bevorderen en handhaaven

zul,eD- ... -i.

Waar men nu de Overheden uit dit oogpunt kan

befchouwen, en waar de ondervinding leert, datdeeee niet ten voordeele van zich zelve, maar inzonderheid ten nutte van de geheele maatfchappy, het be. ftuur in handen hebben; daar volgt niets natuurlyker, dan dat men hen alle mooglyke liefde, eerbied en hoogachting toedraagen zal. De algemeene liefde komt hun toe , uit hoofde van derzelver vaderlyke voorzorg: en als Landsvaderen befchouwt, loopt deluifter der geheele nidatfchappy, in hunne perfoonen als in één middenpunt, te famen; invoegen een volk, 't welke de eere van zodaanige Overheden fchendt, zich aan dezelvde misdaad fcbuldig maakt, als kinderen , die hunnen vader mishandelen.

Liefde iegens het volk , onafgebroken zorg voor het algemeene welzyn , met opoffering van vuig ei genbelang, en eene onpartydige rechtsoeffening zonder aanzien van perfoonen, maakt aldus de Regenten in de daad tot eerbiedwaardige Landsvaderen. Waar deeze verplichtingen daar tegen uit het oog gefteld worden, kan het een land nliswer wel gaan, om dat.

de Overheden daar flegts voor hun zelve, en geenzins voor het algemeene welzyn waakt; en om dat de ingezetenen, in plaats van liefde, hoogachting en eerbied voor hunne Regenten te koesteien, alleenlyk met eene flaaffche vrees voor, en heimelyken afkeer tegen dezelven, bezield worden.

LANDVERRAAD. De oude Romeinen noemden alle misdaaden welke tegen het gezaamentlyke volk, of tegen deszelvs veiligheid en zekerheid bedreeven wierden , misdaaden van gekwetfte majefteit. Een der zwaarfte foorten van dezelve was het eigentlyk aldus zogenoemd Landverraad, of crimen perduellionis, zynde een opftand met de wapenen in de band, of ook het fluiten van verbindtenisfen met uitlanders, tegen het Vaderland , of tegen de Regeerders van het zelve. Hendrik de VII, Koning van Engeland, noemde de zulken Landverraaders en oproerige of ongetrouwe onderzaaten, welke op allerlei wyze, het zy openbaar of in 't geheim, tegens zyne eer en de aan hem verfchuldigde gehoorzaamheid, eenigerhande oproerige daaden bedreeven , een opftand berokkenden, tegen de voorfpoed van het Ryk zich aankanteden, zyn perfoon, of de perfoonen van zyne Ministers en Ambtenaaren beleedigden, en ze in de uitvoerig van hunne ambten, of in zaaken welke tot het hun aanbetrouwde ambt betrekking hadden , op eenigerhande manier dwarsboomden. Men kan hier over in't breede nazien. Anton. Mattiueus deCriminibus, adLibrum 48 digejlorum, Tit. II. Cap. 2. N. 2. Jeqq.

LANDVREDE. —— Door dit woord werdtdoorgaans de zo nuttige Rykswet begreepen, welke door Keizer Maximiliaan den eersten, met bewilliging der gezaamentlyke ftanden, op den Ryksdag te Worms den 7 van Oogrmaand des jaars 1495 werdt gegeeven, en. uit wier inhoud men ten duidelykften ziet, dat die was ingericht, om de tot dien tyd toe in zwang gaande en ongeftraft blyvende openlyke verongelvkin-

gen en vyandelykheden te keer te gaan , op dat een ieder het zyne in veiligheid mogte bezitten. Het gene gelegenheid gaf, dat deeze Landvrede eerder tot

ftand wierdt gebracht, dan misfehien anders zoude gebeurd zyn, was den toenmaaligenTurkfchenenltaliaanfehen Oorlog, waar mede de Keizer bezet was; doordien de Standen van het DuitfcheRyk van geen hul. pe wilden hooren fpreeken, ofte daar eenigzins in bewilligen , alvoorens hy de Landvrede vastgefteld en de beoeffening van het recht in ftand gebracht had. — Men vindt fpooren van verfcheidene vroegere Land» vreden in de gefchiedenisfen van het DuitfcheRyk, dan die alle waren maar voor eenen zekeren tyd, en moesten dus enkel als een ftilftand van wapenen befchouwd worden , daar die van Maximiliaan tot een altoos*

duurend verbond zoude verftrekken. « Van het

eerstgemelde foort van Landvreden vinden wy reeds voorbeelden in de twaalfde en dertiende eeuwen, door de Keizers Philippus, Otto, Fredeeix den twee» den en Koning Willem , als mede Rudolphus deh eersten; en van deszelvs tyd af, pleegen de Standen tot verkryging van de Landvreden, verbonden te maaken, het zy met de Keizer, of wel onder malkande» ren. In T389richte Keizer Wenceslaus te Eger eene vermaarden Landvrede op. r In de veertiende

eeuwe wierden ook verfcheidene zulke byzondere Jjmivreien gem.aak,t aan den Rhyn, Frankenland, BeyeK 3 nn