Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

MOSSEL-DOUBLETTEN.

MOSSEL-DOUBLETTEN. 5055

XI. f. 9, 10, 11, Knorr Verzam. IV. Deel, PI. 15. ƒ. 1, 2.

Deeze foort begrypt de gewoone of eetbaare Mosfelen , die niet minder bekend en in gebruik zyn tot fpyze, by 't gemeen, dan de Oesters by lieden vart vermogen. Men vindt 'er ook byna aan alle zee-kusten van de werelt. In 't latyn heeten zy Musculus. welke benaaming tevens aan de fpieren van 't menfchelyk lighaam gegeeven wordt, en zy fchynt inheiden van 't woord Mus, dat een Muis betekent, afkomftig te zyn. Tusfehen de Musculi en Mytuli ftelt Rondeletius dit verfchil, dat de laatften grooter, de eerften ronder zyn. Plinius hadt van Mytuli gefproken, die zout van fmaak en vergiftig zyn, en van Myjce, welke rond zyn, wat kleiner en ruig, dunner van fchaal en harder van vleesch. Mudion noemen de hedendaagfebe Grieken een Mosfel; dat zekerlyk van m?5, een Muis, afkomftig is, zegt Aldkovandus: doch men zou het beter Muidion fchryven, zo Gesnerus oirdéelt. Eenvoudiglyk worden de kleinen Musculi genoemd, waar van de hollandfche benaaming van Mosfelen, de engelfche van Muscles en de franfche van Mouies of Moucles, afkomftig zyn. Te Rouaan worden zy, dat zonderling is, Cayeux geheeten , en in 't hoogduitsch , daar men ds Schulpdie. ren, in't algemeen, S0?ufc!)[cn noemt, geeft men 'er, tot onderfcheiding , den naam van SfittSf* SDTufcHcn aan.

„ Driederley Mosfelen, zegt Pontoppidans, vindt „ men in Noorwegen of aan de Noordfche Kust. De ge. „ meenen, genaamd Öraïte-Sfearf / of ïtemaiirrt.memtt,

Hier mede wordt een Doubletj'e vergeleeken , daar Lister van fpreekt, onder den naam van Pholas nes. ter, dat is Engelfche Pholade. Hier van, zegt hy, worden de Schulpjes by Hartlepool dikwils gevonden en verfcbuilen zich, van hunnen oirfprong af, in de holletjes van zekere Krytfteenen; daar men ze niet uit kan neemen, zonder den Steen aan ftukken te breeken. Hy hadt waargenomen, datdie holletjes gemaakt waren in een zagte Steen, zynde grooter of kleiner naar de meer of minder grootte van het Dier, doch met de openingen doorgaans twee of driemaal zo groot als deeze Mosfeltjes, die hy niet veel grooter, dan een hal ven vinger lang, gezien hadt, vereifchen zouden tot enkele huisvesting: dienende zulks, buiten twyffel, op dat zy de Schaal zouden kunnen openen. De langte der grootfte holletjes beliep twee duimen; de breedte, daar zy wyds waren, iets meer dan een halven duim. Van buiten waren de Schulpjes rimpelig, van binnen glad. De kleur der doode en verouderde: want anderen hadt hy niet gezien, was wit.

8- Verdeelde Mosfel. Mytulus biocularls. Mosfel, die de Schaal geftreept, de Navelen gewelfd heeft, met een wit middelfchot. Mytulus Testa coerulea flriata, Umbonibus fornicatis disfepimento albo. Linn. Muf. L. U. 540. Ar. 133-

Deeze heeft de Schaal eyvormig en dik, met den voorften rand holrond, den achterften cirkelrond en

aan de tip witachtig. Zy komt uit de Indijche Zee.

9. Gekartelde Mosfel. Mytulus exustus. Mosfel, die de Schaal geftreept heeft, meteen hoekigen Buik, aan den Rand gekarteld. Mytulus Testa flriata Ventre angulato. Margine crenato. Linn. Muf. L. U. 540. N. 334-

Deeze heeft, zo wel als de voorgaande, eenflaauw Tandje in 't Scharnier, aan de tip van de Mosfel, wier kleur als yzerroest en in de meesten als gebrand, doch in fommigen ook witachtig is. Zy komt van Jamaika, Deeze beiden waren in 't Kabinet van de Koningin van Sweeden.

10. Gebaarde Mosfel. Mytulus barbatus. Mosfel, die de Schaal, gladachtig roestkleurig, van buiten aan de tip gebaard heeft. Mytulus Testa laviuscula ferru. ginea, extus apice. barbata. Linn. Faun. Suec. 2157. Musculus obfeurus pilofus. Ginann. Adriat. II. p. 36. T. 27./. 169. Gualth. Test. T. 91. H. Figura me. dia.

Buiten de kleur en de gedachte haairigheid gelykt deeze zeer veel naar de gewoone Mosfelen. Zykomt voor , in de Middellandfche Zee en aan de kust van Noorwegen, wordende des ook onder de Dieren van Sweeden geteld.

iu Gewoone Mosfel. Mytulus edulis. Mosfel, die de Schaal gladachtig violet, de Kleppen van vooren eenigermaate gekield, van achteren ftomp, de Billen puntig heeft. Mytulus Testa lavluscula, poflice retufis, Natibus acuminatis. Linn. Faun. Suec. 2156. Muf L. U. 541. N. 138. H. Oei. 43. It. Westgoth. 270. List. Aigl. 182. ƒ. 28. Conch. III. T. 362./. 20. Bonann. Recr. II. T. 30. Gualth. Test. T. 91. f. t. Aldsov. Exfang. 512, Rond. Aquat. 2. p, 46. Mytulus. Gesn. Aquat. 277. Mytulus. Bell. Aquat. 397. Ginann. Adriat. II. p. 35. T 23. ƒ. 168. ASt. Parhfien. 1711. T. 3. /. 4, 5, Baster Natuurk, Uitfp, I. Deel, p. 117. Tab.

„ feïcn/ dewyl de Kraaijen, die dezelven gaarn ee„ ten, haare konst, om dezelven te openen, daar „ aan toetfen; doordien zy een Mosfel in de bek nee» „ men, daar mede in de hoogte vliegen en ze op een ,, klip of rots vallen laaten, dat zy aan ftukken breekt. „ Deeze worden ingezouten , en , gelykerwys de „ Oesters, tot verkooping buiten 's lands gezonden. „ De andere foort, Oes-Skael genaamd, onderfcheidt ,, zich van de voorigen ten deele door haare groot» „ te, als zynde ruim eens zo groot; ten deele daar ,, door, dat zy niet deugt, ten minfte heeft niemand „ lust om ze te eeten; doch zy wordt, even als de „ voorgemelde oesterfoorten , uitgenomen , en tot „ rokwas voor de Visfchen aan den hoek geflagen. „ In haare Schaalen vindt men fomtyds Paarlen, die „ ryper en beter zyn dan de genen. welke men in de

„ Oesters aantreft. De rechte Paarl-Mosfelen, egj, ter, zyn de derde foort, doch zulke komen alleen. „ lyk voor in de zoete wateren van rivieren of bee„ ken. Deeze zyn ook in geftalte van de Zee-Mosfe. „ len verfchillende. Haare Schaal, naamelyk, die ,, in genen flegts aan 't eene end rond is en fpits uit. „ loopt aan 't andere end, hebben deeze byna over,, al rond, doch aan de beide enden breed en plat. ,, Anderszints komt derzelver Schaal , in dikte en „ kleur, met die der Zee-Mosfelen, overeen, zynde ,, van buiten zwart, inwendig met een witten en ., blaauwen glans." Slatüïl. JgSi/ï. Wn Sïvtftxgeii/ II. S^eil. 309.

In dit Geflacht zyn door Linnjeus twintig foorten gerangeerd onderden naam vat Mosfelen, doch waar van ten minfte de vyf eerften geenszints de geftalte

heb.

Sluiten