Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De Nederl. Uitvind, en Cntdekk. 237

niet te denken dat eenig mensen die dezelven ziet in tvryfel zal daan om ze met de wei, waarin zy dry ven, bloed te noemen.

In de doorfchynende pooten en voeten van fommige kleine fpinnen kan de loop des bloeds, zoo wel in de aderen als flagaderen, duidelyk onderfcheiden worden. Dit is ook merkwaardig te zien, in de pooten van fommige zeer kleine weeg of wandluizen, en daarenboven ontdekt men in deezen eene buitengemeene flingering der vaten , welke in geen ander fchepfel word waargenomen. Ook zullen in dezelven, wanneer zy helder zyn, gelyk men ze fomtyds kan vinden, de wonderbaare beweegingen van alle de inwendige deelen den liefhebberen een zeer groot vermaak verfebaffen, en zy kunnen zoo lang en zoo dikwyls als het hun behaagt, onderzogt worden. Want men heeft een weegluis in een fchuifje , tusfchen twee ftukjes muskoiisch glas, ten minden zes agtereenvolgende weeken leevende gehouden, niettegendaande zy zoo naauw beflooten was dat zy zich niet kon verroeren ; en hoewel zy geduurende deezen tyd dikwyls dood en zonder beweeging fcheen, bragt, wanneer men haar voor het Mikroskoop

Sluiten