Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

N O Ó R b - A M E R I K A. ' 353

1'jy twee zwellingen , of uitzettingen, zo groot, dat de maag voor zulk eene uitzetting niet'vatbaar is. De Doctor oordeelt,dat dezeruimtens in de flikpyp den dienst van de krop in de vogelen, en van de pens in de viervoetige dieren, doen, als zynde gevóeglyke bergplaatfen voor bet voedzel, 't welk de maag op eenmaal niet bevatten kan; en des te noodiger, omdat zy maar op eenen bepaalden tyd van 't jaar voedzel nemen. Men vertelt ook, dat de Ratelflang haare jongen, in tyd van gevaar, in deze zakken bergt, doch dat is waarfchynlyk eene vertelling.

Nog één woord wegens de tanden; de Doctor vondt dezelve van tweederleie foort; voor eerst de kleine, die in elk kaakebeen waren, en het beest dienden om zyn voedzel te bekomen, en te houden; vervolgens de vergiftige

auw- of nagel • tanden , waarmede het zynen roof doodt. Deze laatfte zyn in 't bovenfte kaakebeen, digt by de opening van den,bek, geplaatst, en houden niet vast aan beenderen, maar aan fpieren of peezen, behalven twee die de buitenfte en de grootfte zyn.— Deze tanden worden in de eerfte opening van den bek niet bemerkt, want zy liggen vlak onder

XIX. Deel, 2 een

Sluiten