Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

MALTA. 351

men cok hier federt eenigen tyd aan meer dan ééne zyde heeft toegemuurd: zoo dat men thans allccr.lyk eenige nauwe, laage, bolswyze uitgeholde gangen doorloopt, waar uit men zich zonder Gids, zoo flingeren ze door elkander, nauwelyks zoude kunnen uitredden; hier en daar gaat men ook met eenige trappen om laag. Telkens ontmoet men grootere en kleinere uithollingen, die tot Graffteden gediend hebben, in den muur, de meesten in de gedaante van den mond eenes ovens, en fbmmigen geheel doorboord; men treft er ook veeltyds eene opening voor Sepulcrsale Lampen aan. Somwylen vindt men nog gruis van gebeente en Hukken van Vafen: doch de plaats is nu reeds te bekrompen om zich meer iets van nieuwe ontdekkingen te kunnen belooven. Dat intusfehen deeze onderaardfche gangen niet alleen tot de rust der dooden, maar ook tot wooningen of fchuilplaatfen der leevenden gediend hebben, blykt onder anderen ook daar uit, dat men op eene ruime plek, die de wegwyzers een' Tempel noemen, geraakende, twee platte fteenen befpeurt, die ligtelyk voor het onderfte van oly-molens erkend worden. Andere openingen in den muur toonen insgelyks eene beftemming tot kasfen en dergelyke huisfelyke gebruiken. Een Colom, uit den rotsfteen gehouwen, onderfteunt het verwulffel deezes Tempels; en die Colom wederom in vieren gefplitst, heefc aan alle kanten eene ge*

Sluiten