Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

< 153 >

de zinnen te danken hebben , zo zijn 'er echter middèlijke denkbeelden, welke wij, met behulp van het verhand en de overige zielsvermoogens , dooide

deedigbaarer gemaakt hebben , durf ik niet beflisfen. kant heeft een nieuw foort van bewijs, dat hij bet zeedelijkt noemt, doch dat meer tot de verkreegcne , dan ingcfcbapene kennis behoort , in zijn Critik der reinen vertiühfs. C. 2. Scél. 2. het geen hij zegt niet te demonflrceren maar wel té 'o'vertui'g-n'. De Utrechtfche Hoogleeraar g. bonnet is de eerfïe , of ten minften onder de eerfte geweest, die openlijk , en naar waarbeid , durfde leeren , dat alle onze kennis , die wij van God hebben , dhcurfief is , dat is, alleen door opmerking en redeveering verkreegen wordt, in zijne fchoone Disput, de notitiax eorum , qua: mens bumana, nee direcle, nee pofitive, cognofcere poteft. § 37—50. echter den naam van Ingefcbapen (nu die tot 111 de Catechizeerboekjes toe is overgenoomen) niet geheel verwerpende , en , in de daad , als men waarheden, „ welke ieder oplettend mensch, uit hoofde van haare duide„ lijkheid (Evidentie) verpligt is toe te ftaan," ingefcbapen noemen wil, dan zal ik ook over het woord niet twiften, zijnde dit de befehrijving der ingcfcbapene of aangeboorene waarheden bi) wynpersse, /. /. C. 4 § 49o, daar hij ook verkiest den naam innata te behouden , echter C. 5. § 677 'er bijvoegende: „ Doch als iemand beweert, dat me'n zommige „ waarheden van God wel met eene vaardige van zelfsheid „ kent, uit hoofde van derzelver tastbaare duidelijkheid, zon„ der dat zij echter cigentlijk gefbrooken onder de onmidlijke „ en allereerfte waarheden behooren, zo zullen wij hier niet ,, fterk over twiften." Om te kort te gaan, zonder mij op te houden met de Difinitie van marck, Comp. C. 1 « 10 „ De ingeboorene Godgeleerdheid is, die uit het ingefchapên „ vermoogen en ingeeven der ziel, ook zonder de befchou„ wing van andere fchepzelen, te gelijk met bet reedelijk ge„ bruik des verftands, voortkoomt," om dat zij mij te duifter is, want zij bepaald niet, of het eene werkelijke kennis is, cue, aangebooren zijnde, zich bij het reedensgebruik ontwikkelt, het geen marck elders fchijnt te ontkennen; of enkel een bekwaamheid der ziele, om God te kennen; of een onverklaarbaar Godlijk liebt , dat, zonder verder onderzvijs, alle menfchen Gods aanzijn leert , met of voor het gebruik der reeden. ger. de vries, die uitdruklijk NF». verwerpt een aangebooren denkbeeld van Gods aanzijn; eene nanp-eboorene kennis van den zin der uitdrukking, daar is een God, en t.e bloote bekwaamheid van toeftemmiug, befchrijft eevemvel

de

Sluiten