is toegevoegd aan uw favorieten.

Nieuwe beschryving der walvisvangst en haringvisschery.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

61 DE WALVISCHVANGST, MET VEELE

VYFDE HOOFDSTUK. Van ie Kundigheden der Groenlanden,

JVfen verwacht ongetwyffeld niet, dat wy ons in dit Hoofdftuk lang zullen bezig houden met weetenfchappen van een volk, 't welk als hec alleronkundigst van den ganfchen aardbodem kan worden aangemerkt. Alle hunne kundigheden beftaan in de konst van fpreeken, van visfchen, vanjaagen, en van het bereiden dier zaaken, welke tot het leven de allertoodzaakelykfte zyn; zedert dien tyd echter, dat de Europeaanen hun land bezogt, en voornaamelyk, zedert zich de Zendelingen aldaar hebben nedergezet, fchynt hun verftand, fchoon zeer gebrekkig, eenigermaaten opgehelderd te zyn.

Hunne taal heeft, zegt men, niets gemeens met die der andere taaien van het Noorden, het zy van Tartarie, het zy van America, indien men die der Esquimaux, welke van het zelfde geflacht fchynen te zyn als de Groenlanders, uitzondert. Dezelve is zeer onvolmaakt, en beftaat voornaamelyk uit woorden van veele lettergreepen; zy fpreeken door de keel, waar door zy voor de Europeaanen, alfchoon zy een weinig van onze taaien geleerd hebben, genoegzaam onyerftaanbaar zyn; het gebrekkige van hunne taal weeten zy door hunne gebaarden aan te vullen, en wanneer hun de woorden ontbreeken, geeven zy door buigingen en andere beweegingen van het hoofd of van hun ligchaam hunne meening te kennen.

Hunne Dichtkunde is, gelyk alle hunne andere weetenfchappen, van weinig belang, men vindt 'er echter natuurlykheid en eene foort van rym en welluidendheid in. Dus vindt men een Groenlandsch gezang, op de geboorte van den Kroon Prins van Denemarken, aangetekend, 't welk, opgefteld door eenen die zich in de Deenfche Volkplanting hadt laaten doopen, onze aandacht verdient. Zie hier het zelve.

„ Deezen morgen ging ik uit, en zag dat men toeftel maakte om te „ fchieten. Ik vroeg, waarom gaat gy fchieten? Men antwoordde my, „ dat het over de geboorte van hem was, die na zyns Vaders dood „ Koning zou worden. Hier op zeide ik tot mynen metgezel: Laaten

« wy