is toegevoegd aan uw favorieten.

Batavia, de hoofdstad van Neêrlands O. Indien [...] beschreeven

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

EERSTE OPKOMST. 10.

eenig nadeel toe te brengen, zo lang hy het Kasteel niet in handen kon krygen.

Op den 29 ontving de Commandeur weder een' brief van de Ban. tamfche Gevangenen, in welken zy eenigzins hunne dwaaling en voorbaarigheid erkenden, en onder anderen meldden , dat de betoonde dapperheid hen geenzins zo nadeelig was geweest, als zy in den beginne hadden gevreesd, dewyl de Pangerang, zo zy meenden, do'or hunne gefchenken, maar" waarfchynelyker door bedeesdheid over het voorgevallene hen thans merkelyk beter, dan voor deezen, handelde, en ook van den'voorgenoomen geweldigen aanval op het Fort fcheen af te zien.

Het fcheen de Javaanen ondertusfchen hard te vallen, zich in eens geheel tot rust te begeeven, en hierom begonden zy wederom op nieuws, doch nader aan de Stad , eene Battery te maaken. De onzen, daar over ontrust zonden derwaards eenige Soldaaten om het nieuwe werk te bezi<rci' gen, en deeze bevonden het zelve van dien aard, dat hec aan 'c Kasteel nooic fchaaden kon , waarom zy, na een vriendelyk gefprek met de Javaanen wederomaf trokken; van dit nieuwe voorval gaven de onzen ftraks kennis aan hunne vrienden te Bantam, en betuigden hen teffens hunne verwondering over den gegeeven raad, om de praauwen in 't in en uitwaren der Rivier niet te ve.hinderen, dewyl zy zulks nooit hadden gedaan, en de klasten dienaangaande by gevolg volflrekt leugenachtig waren. '

Terwyl de Bantammers zich dus mee allerhande vuilaardige leugens opi hielden, fpaardcn zy ook geen andere middelen, om hunne oogmerken Te bere.ken. Onder anderen zond de Sabandar van Bantam een vriendelyken brief aan den Commandeur van 't Fort op den 9 van Bloeimaand, in welken hy in t breede uitmat alle de weldaaden door den Pangerang aan de Hollanders beweezen; doch ten befluite wederom met het verzierzel van' den Mataramfchen Keizer ter baane kwam, met oogmerk om een ffefchenkvanSchietgeweerente verkrygen, waarfchynlyk om daarvan tegen deHollanders zelve gebruik te maaken. Ondertusfchen begreepen de onzen zeer wel hec geheime oogmerk, en antwoordden daarom , dat zy in 't -eheel geen fchiergeweer konden misfen, en zo de Mataram komen mog? zv hem wel zouden doen verhuizen. * "

Eindeiyk kwamen voor Jacatra op den zelfden dag ten anker de Heeren Fteter dc Carpentter ta- Andries de Souri, beide Raaden van Indien, met hec Fregat Ceilon. Zy waren op den 5 van Grasmaand van Amboina gevaaren om in t Kasteel het bevel te voeren, en , zo de onzen noch belegerd mogten zyn, hen door de aankondiging van de aanfhande komst des Generaals een rlem onder het hart te fteeken. De onzen waren niet weinig