Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

WIER DER ZUIDER-ZEE. 347

fes in Fig. 3. — Wagt men langer, dan ontdekt men, dat deeze ftreepjes, niet anders dan Vruchtdeelen zijnde, in groote en dikte zijn toegenomen. Fig. 4. — Zij liggen zamen in eene afzonderlijke fcheede, of binnenvlies, Fig. 5, a, a, a, hetwelk men , de langwerpige fpleet in 't midden des Wierblads b, b, b. plaats hebbende, bij een voorzigtig openen , 'er uit kan neemen. Dit ziende , zou men waanen twee regels van Zaaden , overhoeks in ééne binnen - fcheede verborgen, onder het oog te hebben : dan , wanneer de geheele Vruchtformeering volbragt is, vindt men zich bedroogen: want 'er blijft, ten einde van alles, niet meer overig, dan één Regel van Zaaden, liggende in het midden van het Wierblad, Fig, 6.a,a,a,a,a,a, duidelijk te voelen, en meer zigtbaar, wanneer men de beide vliezen van het Wierblad , eene fpleet maakende , gelijk ik zeide , met een fijnen naald van eikanderen fcheidt , en de eene naar de regte, en de andere naar de linke zijde overbuigt, om de Zaaden duidelijk te kunnen zien, gelijk ik ze aldaar heb afgebeeld : alles is tri zijne natuurlijke gedaante , uitgenomen de Zaaden , die kleiner vallen, doch welke ik, duidelijkheidshalve, een weinig vergroot heb afgebeeld. — Deeze geheele toeftel geeft , gelijk in alle andere Bloemen en Planten, niets anders op, dan

merk'

Sluiten