is toegevoegd aan uw favorieten.

Verhandelingen en waarneemingen over de natuurlijke historie, meerendeels van ons vaderland.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

428 V E R H A N D EL I KG

leekeii kon worden; liet ik den tweeden Thermometer in handen van eenen goeden Vriend bij de Zee woonende, die in de volgende dagen , de proeven hervattende op eene gelijke wijze, telkens vernam, dat het op den bodem der Zee warmer was, dan in de open lucht, maakende het verfchil, van vier tot agt graaden grooter koude in de lucht , geen verfchil op de warmte van drieëndertig graaden op den

grond der Zee. Laat ons (feilen, dat het

JJs der Zee de koude van het Water afgekeerd hebbe, die er dus geene zigtbaare verandering op maaken kón , of dat de kolom Waters te hoog was, om die meerdere koude door te lasfe ten : tot 32 graaden kon egter de grotid niet bekoelen zonder te bevriezen , ten zij men eenen grooteren trap van koude zonder vorst ftelle, dat is, waarin geene vriesdeelen tegenwoordig zijn: hoewel er in dat geval ook geene bevriezing plaats kan hebben ; en dus dit hier in geene aanmerking kan komen.

Hoe het zij, in de volgende maand bij eene toegevroozene Zee, omtrent één kwartier uurs van mijn huis, daar mijn Thermometer, 'smiddags , op 32J graad ftondt, ging ik naar de groote Zeelluis der ftad, aan de Zee, waar het Water open was, en liet eenen anderen geiijk loopenden Thermometer , ter diepte van tien voeten, in het Water zinken; na eenigen tijd was de kwik tot 34 graaden geklommen, en,

m