Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

NAAR CHINA. XII. HOOFDST. ï. Aft. I43

baai was boven de ankerplaats van Ten„ choe-foe, buiten twijfel, grootlijks te „ verkiezen ; behalve dat het rif een ge„ vaarlijk voorwerp is , en niet dichter , „ dan daar de zee negen vademen water „ heeft , moet genaderd worden , dewijl „ de diepte nabij het rif zeer fchielijk ver„ mindert. — De Clarence ankerde in dee„ ze baai, op een' vasten kleiachtigen „ grond , op zeven vademen water , en „ binnen den afftand eener mijl van het „ ftrand. — Dit eiland heeft drie mijlen „ in de lengte , en nagenoeg zoo veelen „ in de breedte; ook is het welbebouwd, „ volkrijk en drijft fterken koophandel."

„ Het middenfte gedeelte des eilands is » eigenlijk Mi-a-tau. Tusfchen hetzelve en „ het voorige is eene baai, welker toe„ gangen van den noord- en zuidkant zijn, „ niet meer dart een vierde eener mijl „ breed, en vrij van alle geyaar. Deeze „ is veilig, en groot genoeg, om honderd „ fchepen te vatten , mits zij niet meer „ dan drie vademen water noodig hebben. „ De grond is kleiachtig en vast, dus „ zeer bekwaam om 'er in te ankeren. —. „ Dit eiland is kleiner, dan Chan-fan; „ maar naar evenredigheid zijner grootte

„ even

Vaart doof de Geele zee. Den een en twintig, tien van Hooimaand.1793.

Sluiten