is toegevoegd aan uw favorieten.

Reis van lord Macartneij, naar China.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

naar CHINA. XVI. hoofdst. 3. Afd. 411

digde hem daari'n aan, dat het den bevelhebber van het fchip Indostan vrij zou ftaan , zijne waaren te verkoopen , en daartegen goederen te Chu-fan in te koopen , alles onder het opzigt der voornaamlle mandarijnen, die zorg zouden moeten draagen om te beletten , dat de inboorlingen zich aan geene bedriegerijen fchuldig maakten. — Hij zeide daarenboven , dat , dewijl de Indostan, voor een groot deel, met gefchenken voor den keizer belaaden was geweest, van dat fchip geene uitgaande rechten zouden betaald worden : dit was een gunstbewijs , welk men niet gevraagd had. — Eindelijk voegde ho-ciioekc-taung 'er nog bij, dat het niet gevoeglijk was, den kapitein mackintosh toe te ftaan, om zich ten deezen tijde aan boord van zijn fchip te begeeven , dewijl de zaaken van hetzelve , bij aanhoudendheid, konden en moesten gedaan worden door die lieden , aan welken men ze reeds had toebetrouwd.

Dit antwoord was gunftiger , dan men het door het kanaal, langs welk het tot des ambasfadeurs kennis kwam , verwacht Dd 3 had.

Bezoek van het keizerlijk hof.

Herfts. maand, 1793-