Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

mrCHINEESCHE HISTORIE. ti% Maar, hoewel hij de veelwijverij niet ver-Ckineefcha

. • historie oordeelde, hertrouwde hij echter niet; ^miYlim

had ook nooit bijwijven.

i Het geen de leer van deezen wijsgeer

van die der Tao-tsee voornaamlijk onder-

fcheidt, is, dat de eerfïe op de grondbe-

ginfels der gewijde boeken der Chineezen

gegrond is, en de andere 'er dikwijls tegen

ftrijdt.

Confucius geloofde., gelijk de groote newton gezegd heeft, dat de werktuiglijk famenftel van het geheelal, het beftaan van een Opperweezen onwederlegbaar bewees, en de Voorzienigheid van dat godlijk Weezen zich zonder ophouden in de verwonderlijke orde der natuur openbaarde. Uit deeze groote grondbeginfels. leidde hij de lesfen zijner zedekunde af. Zie hier, zoo beknopt als mogelijk is, het kort begrip daarvan: — „ Hij , die ten volle overtuigd is, dat de „ Heer des Hemels de waereld beftiert;

die in alles gemaatigdheid betoont; die „ zijne natuurgenooten wel weet te fchat-.

„ ten;

van so cr at es: maar de Chineefche wijsgeei aelde minder vertrouwen op zijne lijdzaamheid, ia» de Griekfch* wijsgew.

Sluiten