Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

FORMrDABILIS - FORMIDOLOSUS'

verminderend fpreekt, mlertjen: formtcu. Ia illa parvula, Apul. Met. VI ante med. p. 177 Elm.

fORMlDABÏLIS, e, vreeslijk , fchroomliik, Ovid. Met. II, 174 en 857. Stat. Theb. VIII, 582. Geil. XIV, 4- XIX, I poft med.

FOR-MIDAMEN, ïnis, n. het geen vrees aanjaagt , een fchrikheeld , fchrtk , hij voorh. buftorum formidamina , fchrlkbeelden, d. i. fpooken, Apul. Apol. poft med. p. 315 Elm.

FORMIDO, are, 1) vreezen, d. i. voor iet vreezen, hij voorb. omnia, Cic. Fm. II, 16: aliquid, Cic. Phil. II, 26: auxilia Curt. III, n: van daar formidatus, a, um, Horat. Od. III, 6,15. Ibid. Ep. ÏI 1, 256: van daar aquae fornudatae, Ovid. Pont. I, 3, 24, e- de watcrfchrik, Hydrophobie, zekere ziekte. 2) vreezen , in vreeze zijn , waar op ne volgt, Plaut. Afin. II, 4, 55= »<>k zonder ne, bijvoorb. intus paveo, formido foris, Ibid. Cift. IV, 2, 20. 3) vreezen of bedenking maken, bij voorb. credere, Plaut. Pfeud. I, 3, 81.

FORMIDO, ïnis, f. l) de vreeze; Cicero onderfcheidt het van metus, bij voorb. in quem cadit metus , in eundem formido, timiditas eet., Cic. Fin. V, 18, en zegt Ibid. IV, 8 extr. dat formido is metus «ermanens: maar het ftaat gemeenlijk voor ïnetus , oik wel gedeeltelijk terror , bij voorb. qui ifte tenor fit, quae tanta formido, Cic. Rofc. Am. 2: improvifa, Cic. Provinc. 18 : formido poenae, Horat. Ep.

I, 16, 53: formidini effe, Senec. de ira

II, 2 : formidine terreat holles, Ovid. Met. IV, 801 : formidinem alicui injicere , Cic. Verr. III, 28 : of incutere , Curt. IV, 10, vrees aanjaagen : dus ook inferre, Tacit. Hift. II, 15: intendere, Ibid. 54: facere, Ib. III, 10. 2) vreesachtigheid, bij voorb. in quem cadit metus, in eundem formido eet., Cic. Fin. V, 18, zie hier voor. 3) het geen vrees ■verwekt of aanjaagt, eene vreeslijke zaak, fchrikheeld, ontfleltenis enz. , bij voorb. terrore formidinum, Cic. Fin. I, 14 in., i. e. vreeslijke dingen : quia quasdam poft mortem formidine's extimefcant, Ib. V, 11 ante med. : cujus ignoratio finxit inferos easque fonnidines eet., Cic. Tufc. 1, 16 in. : fonnidines has agitando animis, Liv. XXX, 28 : hijzonder het geen opgefloken of opgehangen wordt, om het wild of gevogelte te verfchrikken, een 1110lik, Senec. de ira II, 12: van daar cervum puniceae feptum formidine pennae, Virg. Aen. XII, 750: cf. Ibid. Georg.

III, 372. Lucan. IV, 437 : zoo heet Priapus , die tot befcherming van de tuinen geplaatst wordt , furum aviumque maxima formido , Horat. Sat. I, 8,4, i. e. fchrik, molik.

FORMIDÖLÖSE. 1) vreesachtig, bijvoorb. "Catoap. Charif. 2, alwaar de Comparat. formidolofius flaat. 2) vreeslijk, tol een fchrik, Cic. Sext. 19.

FORMIDÖLÖSUS, a, um, O vreezende, Vleesachtig, Terent. Eun. IV, 6, 18 en 19: boves, Colum. VI, 2 extr. _ Ook met den Genitivus, bij vsorb. formidplofior hoftium, Tacit. Ann. I, 62, i. e. magis timens holles. 2) vrees verwekkend, vreeslijk, fchroomlijk, bij voorb. confesfus , Cic. Cluent. 3 : facinus , Plaut, Amph. V, 1, 65 : tempora, Cic. Verr. V, 1: loca, Salluft. Cat. 52 (559: Scoipius, Horat. Od. II, 17, 18 : forpiidoloiae latent fylvis ferae, Ib. Epod. V, 55, alwaar Benüeij fonnidolöfis leest;

FORMIDUS—FORMOSE

tierbae formidolofae dictu,non modo ent, Plaut. Pfeud. III, 2, 35 •• bellum forrnidolofiffimum, Cic. Manil. 21 en Pif. 24: tempus foimidolofifiimum , Cic. Phil. VII, 2 extr. FORMIDUS, a, um, i. q. calidus , bij voorb. aedificium, Cato ap Feft. in Forma.

FORMIO of PHORMIO, onis , een foort van deekens of matten, Pand. XXXIII, 7, 12 ante med. FORMO, avi, atum, are, aan eene zaak eene gedaante, gefialte, geven, beelden, vormen, bij voorb. materiam, Cic. Acad. 1,2: fignum in muliebrem figuram, Cic. Verr. II, 35 : fignum e marmore, Ovid. Met. III, 419 : vultus , Plin. H. N. XXXV, 3 : lapfos formare c?pillos , Prop. I, 3, 23 : comam in gradus , Sueton. Ner. 51: van daar Tropisch, orationem, Cic. Or. II, 9 : fe in mores alicujus , Liv. I, 21: aliquem in fuos mores, Liv. III, 36 : verba ad noftrum arbitrium , Cic. Or. III, 45 : animos judicum ad eum , quem volumus habitum, Quintil. VI, 2: vitam & mores juventiitis, Plin. Paneg. 47 : ftudia alicujus ab infantia , Quintil. I Prooem.: formatus in admirationem, Suet. Claud. 37, i. e. de gedaante , het voorkomen hebbende, van iemand, die zich verwondert: vandaar 19 vormen, door onderwijs, onderwijzen, onderrichten, africhten, bij voorb. boves ad ufum agreftem, Virg. Georg. III, 163: aliquem formare & inftituere, Plin. Ep. I, 14: aliquem diélis, Ovid. Met. III, 288: artibus formatus i. e. onderwezen, Colum. XI, 1 ante med. : formatus in admirationem , Suet. Claud. 37, i. e. afgericht om het voorkomen aantenemen yan iemand, die zich verwondert: formatis omnibus ad belli & pacis ufus, Liv. I, 45 in. , wanneer men hominibus bij omnibus denken moet : maar is omnibus gen. neutr., dan behoort het tot n. 3. 2) iet te wege brengen, maken, bij voorb. conltietudinem , Cic. Acad. I, 5 med.: librum, Plin. Ep. VII, 12 in., i. e. maken , vervaardigen: dus ook moenia Tibul). II, 5, 23 : epiftolas , orationes , alieno ingenio, Suet. Dom. 20. 39 inrichten, of maken, bij voorb. epiftolas alieno ingenio, Suet. Dom. 20: librum , Plin. Ep., i. e. maaken, zie hier voor: moenia, Tibull., i.e. maaken, zie hier voor: formatis omnibus ad belli & pacis ufus, Liv. 1, 45 in., nadat alles ingericht was , wanneer omnibus gen.neutr. is: cf. n. 1: perfonam (in het fchouwfpcl~) novam , i.e. maaken, laten vertooncn, Horat.Art. 126 : règ'n'um, Juftin. XLI, 1, i. e. inrichten, regelen. 4) zich voor flellen, zLh inbeelden, 'bij voorb. gaudia tacita meute, Ovid. 111, 7, 63. 5) met de tong be.lden, d. i. itiifpreken, bij voorb. verba, Quintil. I, 12 (20), 9, 69 verfus cithara, Plin. Ep. IV, 19, i. e. verzen op de cither zingen, of bij het zingen van verzen op de cither fpelen. 79 beelden , afbeelden, ontwerpen, bij voorb. formatas effe in animis hominum deorum notiones, Cic. Nat. D. III, 12: cogitatio formata , Quintil. X, 7, 8: dus ook fignum in figuram muliebrem , Cic. : e marmore, Ovid., zie hier voor: gentes formatae mille figuris, afgebeeld, Ovid. Pont. III, 4, 25: formatus cum cornibus Ammon, Ibid. Met. V, 328, i. e. afgegebeeld: 8) animos, Cic. Brut. 38, 1» de gemoederen der toehoorers naar believen indruk maaken. FORMÖSE, fchoon, op eene fchoone wijze, Vu voorb. cubare , Apul. Met, V poft Ktr 3

FORMOSITAS -—FORMULA 499

tned. p. 168 Elm.: faltare, Ibid. VI poft med. p. 183 : formofius furgere, Prop. I, 2, 11.

?ORMOSÏTAS,Stis, f. de fchoonheid, Cic.

Off. I, 35 in.J Apul. Met. IX ante med.

p. 224 Elm. FORMOSULUS, a, um , i. q. formofus,

wanneer men verminderend of berifpend

fpreekt, bij voorb. uxor, Varr. ap. Non.

1109.

FOPJMÖSUS , a, um, 1) fchoon van gedaante, bij voorb. formofior, formofi (Timus , Cie. Nat. D. 1, 10. Invent. II, 1: pecus formofum, Virg. Ecl. V, 44 cn meermalen: 2) in 'i gemeen fchoon, voortreflijk, bij voorb. virtute nihil eft formofius, Cic. ad Div. IX, 14 med.: cf. Cic. Or. III, 14 extr. : tempus formofum i. c. lente , Ovid. Faft. IV, 129 % aeftas, Ibid. Remed. 187: lux formofior, Martial. X, 242.

FOR.MUCALES i.e. fnrcipes, diélae, qurxï forma capiant, id eft ferventia, Feft., doch Scaliger wil Formucapes lezen.

FORMÖLA, ae, f. 1) de gedaante, gefialte , uiterlijke gejleldheid , bij voorb. formulae modulorum , Frontin. aquaeduél. 36 : van daar a) de fchoonheid s Plaut. Perf. II, 2, 47: bj het geen gevormd wordt, bij voorb. kaas, Pallad. in; Majo tit. 9. c) de gedaante, gejleldheid, wijze, bij voorb. difciplinae, Cic. Acad„ I, 4 poft med.: d) de gedaante, gefield-, held, foort, bij voorb. confuetudinis , Cic. opt. gen. 7: dicendi, Ibid. 5: milites ad certam ftipendiorum formtilamredigere i. e. op zekere jbldij zetten, Sueton. Aug 49: 2) elk voorfchrift, regel* waar naar iet moet beoordeeld worden, bij voorb. formula conftituenda eft, Cic. Off, III, 4 extr.: 3) elk voorfchrift , verordening, regel, waar naar iet moet worden ingericht, en waar naar anderen zich te richten hebben, bij voorb. cenfendi » Liv. IV, S in., i, e. regel of methode„ wijze, formulier, waar naar de Cenfus gehouden wordt, en waar naar de ingeze-' tenen hun vermogen bij den Cenfor hebben aan te geven, Tarif, tollijst : dus oofc cenfum agi ex formula a cenforibusdata, Liv. XXIX, 15 med., i. e. voorfchriftt regel: verders milites ex formula paratos haberent , Liv. XXVII, 10, i. e. voorfchrift of aanflag: formula diéla in Hiyri-' rico, Liv. XLV, 26: an cx formula'fua vivcret, i. e. voorfchrift, regel, Senec. Ep. 6 poft med. : dus ook vivct ad regulam, Ibid. de tranquill. 11: erthographia , id eft formula ratioque fcribendï eet., Suet. Aug. 88: cf. Horat. Sat.II, 3, 45 : ook kan men uit hst voorgaande, hier toe brengen: formula confuetudinis, Cic. Top. 7 : formula ftipendiorum , Suet. Aug. 49: bijzonder iu het recht» het voorfchrift en wijze, waar naar de Rechters en partijen zich te fchikken heb- ben, bij voorb. formulae poftulationum . Cic. Verr. II, 60: fponfionis , Cic. Rofc. Com. 4 : teftamentorum , Cic. Or. I, 39: van daar a) een voorfchrift of formulier, hel welk de Praetor aan de Rechters geeft, waar naar zij onderzoek en uitfpraak doen, Cic Quint. 8 in. : het heet formula cognitionis , Liv. XL, it extr. : IQ voorfchrift of formulier het welk & Praetor aan denbefchuldiger geeft, waar naar hij zijn Proces moet tijtellen, rechterlijk voorfchrift, Cic. Rofc. Com. 8 extr. cj voorfchrift, regel of formulier, het welk de Rechtsgeleerde aan zijnen cliënt geeft, om zich bij zijn Proces daar naar te gedragen , cn het Proces behoorlijk in ie leiden, bij voorb. formulae veilrae,

Sluiten