is toegevoegd aan uw favorieten.

Natuurkundige verhandelingen van Petrus Camper over den orang outang [...]. Over den rhinoceros [...] en over het rendier

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

78 VER H-ANDELING over den

A G T S T E HOOF D-D EEL

Over het Bekken, Heup, Heilig en Stuytbsen.

§. r Het bekken, zeer verfchiJlend zynde van dat der menfchen, hebben wy geoordeeld zeer duidelyk te moeten afbeelden, zoo als wy gedaan hebben op de III. Tafel, de VII. Afb. en wel te meer, om dat het geheel en al gelykvormig is aan het bekken van de viervoetige dieren, en van de Aapen in het byzonder.

De darmbeenderen A, B, I. en CD. zyn zeer hoog en plat, zoo dat de voorzyden A, Q, en C, D. byna in een vlak ftaan met den voorkant van het heiligbeen I.

De Zitbeenderen L en O. ftaan zeer voorlyk: De fchaambeenderen zyn in hunne vereeniging G, M. vry hoog, en, gelyk wy reets aangemerkt hebben, genoegzaam even hoog als in volwasfene menfchen. Zonderling is de dwaaling van V. Coiter (d) omtrent de vereeniging van het heilig been met de heupbeenderen, welke hy verkeerd geplaatst heeft; naamelyk het rechter heupenbeen aan de flinkerzyde, en het flinker aan de rechterzyde van het heilige been; waar door de Zitbeenderen opwaarts, en defchaam» beenderen nederwaarts, en gaapende gefchikt zyn (b), Cotier, hier door misleid, meent verkeerdelyk dat de Aapen om die rede niet fnel zouden konnen loopen; waarvan wy dagelyks het tegendeel zien. Doch, niets verwondert my meer dan dat Riolanus (V) dit woordelyk heeft overgenoomen, en daar in weder gevolgd is door Blafius (dj. Tyfon (e) heefc deeze faal van Coiter, als mede de daar uit volgende dwaaling van Riolanus, van gelyken ontdekt. Het kook en der beenderen, om ze fchielyk fchoon te maaken, en de moeijelykheid, om ze naderhand wel by een te ftellen, is ze-

ker-

(a) Anat. Simiac, Cap, 7. p 69. (b) ib. Tab. 29. Fig. 13. CO P- S29' CV. (d) Anat. Anim. de fimia« p. 115. (O p. 74. a.)