Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DER MENSCHHEID. 21

Zweeft, rijk - gevleugelde gedachten! Zweeft langs het zwijgend graf, waar in vergetenheid, Voor al de ontloken maar verwelkende genachten, De rustkoets heeft gefpreid.

D2 flaauwe graflamp der historij

Is 't overfchot van oude glorij; Maar, bij dat kwijnend licht ziet elk befpieglend oog

Genoeg van 't lot der aardelingen,

Om van hun blijde jeugd te zingen ■■ Een ftof —< die 't hemelchoor zo vaak tot vreugd bewoog.

God hoort zijn lusthof zacht weergalmen.

De vrije kindsheid blijft met versch gebloemt verfierd,

Geen onbeftendigheid verftrooit haar vreugdepalrnen, Neen, blijdfchap zegeviert ■ Zij juicht om 't lol der jaarfaizoenen, Zij ziet de lente al danzend groenen,

En vleit om rijper ooft , dat bruine zomer biedt; Gewiegd op gouden korenairen , Groet zij de herfst met ftem en fnaaren ;

De winter blaast kristal, maar fioort haar lachjens niet.

B 3 De

Sluiten