Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

c e h e u •' g v e n. 35

„ het nieskruid, de Euphorbium, de olie van tabak „ en dergelyken , die fterke ontlastingen van

fiym maaken, kan herfteld of geholpen wor„ den. De lyders met een verval van het geheu„ gen bezocht, en deeze foort van geneesmidde„ len gebruikt hebbende, erkennen, dat dezelve „ eene foort van nevel, van voor hunnen geest „ wegneemen, waardoor de beelden der voorle„ den dingen, daar zy zich het geheugen van „ trachten te vernieuwen, verdonkerd en als ver„ zwolgen worden. De geestryke en gegiste „ vochten brengen in fommige menfehen gelyk„ foortige uitwerkfelen voort, en vertoonen hen „ weder denkbeelden, die zy voor verloren hiel„ den; en de uitwerkfelen van de koorts, die de „ taaifte vochten in beweeging brengt, zyn ten „ deezen opzichte alte bekend, om 'er van te „ fpreeken."

Laat ons, na deeze aanmerking, wederkeeren tot een naauwkeuriger befchryving van ons onderwerp , dewyl de meesten myner doordenkende Toehoorers, met het opgegeevene algemeene zich niet wel zullen kunnen vergenoegen. Dat het geheugen een vermogen is van het menfehelyke verftand, om zekere denkbeelden te ontvangen en te bewaaren, hieromtrent is men het na genoeg eens; doch men verfchilt omtrent de verfcheide wyzen van werkzaamheid , waarop zich dit ver^ mogen ontdekt. Misfchien zyn dezelven het natuurlykst, en met de meeste naauwkeurigheid, tot deeze twee te brengen:het eigenlykegeheugen naamelyk, (memoria) of de bewaaring der ontvangene denkbeelden, en — de herinnering (recordatió) waardoor men zich de tot hiertoe bewaarde denkbeelden weder voorftelt: om 'er nog eene C 2 derde

Sluiten