is toegevoegd aan uw favorieten.

Derde zevental verhandelingen over verscheide onderwerpen, voorgeleezen in het genootschap, Concordia et libertate.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

OVERDEK

gen, eerst het gevoelen der oudfte lieden moe i ft& gevraagd worden; en dat, wanneer by de Athcniënfers over dingen van gewigt gehandeld wierd , het de gewoonte was , dat een uitroeper te voorfchyn trad, en fprak : wie is 'er onder de geenen die boven 'de vyftig jaaien zyn, die tot het volk wil fpreeken ? Zulk een gezach, zulk een eerwaardigheid verwierf zich de ouderdom ten allen tyde. Wy verwyzen hieromtrent den liefhebberen der Latynfche poëzy, tot een fraaije plaats in het vyfde boek van ovidius Feestdagen, daar hy de benaaming der Maimaand van de Majores afleidt , en het aanzien van deezen fchildert; doch welke plaats te breed is, om hier aantehaalen. cicero noemt zo ook , met zyn' gewoonen nadruk, aanzienelyk gezach: het toppunt des ouderdoms. Apex Sene£ttutis eft au£toritas. Niet minder fterk zegt plutarchus, dat even gelyk de wet van ouds den tulband en de kroon, zo ook de natuur de gryze hairen verordende tot een eerwaardig teken van gezach en regeering. En even zo krachtig wordt door de gewyde Schryveren, deeze eerbied voor den ouderdom ingeboezemd. Eén plaats voor allen , ftrekke ten bewyze. Onder de oude Jooden verbindt de God van Israël hieromtrent voorfchrift en drangreden , op deeze merkwaardige wyze : voor een grys hoofd zult gy opRaan , en den ouden zult gy eeren, (en dat wel) uit vrees vooi uwen God. (*) Volgens een aanmerking van montesquieu , behoort die hooge eerbied voor de ouden , eigenlyk en allernatuurlykst in een volksregeering. Onder andere regeeringsvormen , gelyk de 6 Mo-

(*) Levit. XIX: 32.